Koninklijk Concertgebouworkest
Koninklijk Concertgebouworkest

Amparo Serrano de Haro

 

De Harmonie der Sferen: Het RCO Maakt Kennis met een Europese Concerttour

Amparo Serrano de Haro
Amparo Serrano de Haro © Lucas Daniëls

 

Ontstaan

Wij zijn geboren onder tromgeroffel.

Maar dit is geen oorlogsgeluid, het is het geluid van leven, van vrede.

Ons moeders hart is ons eerste lied, ons eerste ritme, ons eerste woord, de vorm van het pad dat nog komt. We wisten toen nog niet dat we zouden moeten weggaan, zouden moeten verdwalen, dat leven lopen is.

Deze trom, het hart, stond zeer dicht bij ons, we voelden haar aan als een grote en gulle zon toen we nog niet blootgesteld waren aan de wereld, en niet eens aan ons eigen bestaan.

We werden geboren in haar warmte, en haar muziek, in de broze herinnering van ons ontstaan, toen alles nog mogelijk was.

Ontwikkeling

Doelbewust begonnen we te lopen. Wij allen in ons eigen tempo. Allen op ons persoonlijk ritme. Het lied waarmee we geboren werden, onze oudste en heimelijkste hymne.

Vanaf augustus 2016 zal het Koninklijk Concertgebouworkest (RCO) van Amsterdam alle 28 lidstaten van de Europese Unie bezoeken, en dit in de loop van twee en een half concertseizoenen.

Robert Schuman, vader van de Europese Unie, beschreef de oprichting als een langzame, stapsgewijze ontwikkeling… naar communicatie en vrede. Naar het bereiken van dit ander soort muziek, van deze ruimte die een hemelglobe rond ons vormt.

Het is de verwezenlijking van de ander als zijnde onafscheidelijk van ons eigen bestaan. En slechts deze verwezenlijking kan ons uit de gesloten aard van het eigen lied dwingen, zoals uit een klein tuintje, en ons openen voor het mysterie van andere stemmen, andere harmonieën, van muziek zo wijd en diep als de zee.

In zijn eerste noten, zijn eerste omhelzing, schuilt het vage gevoel van een plek, deze melodie van herinnering, ongekend maar vertrouwd, persoonlijk en toch gedeeld: gesust door duizend tonen, verzonken in de stromen van duizend levens, levend in een periode van symfonie, verwijderd van duizend overlijdens.

Het ademhalen van muziek is zoals de adem zelf, naar elkaar toe, en naar een gemeenschap van anderen en de wereld. Elke noot op weg naar de volgende, zodat een stroom ontstaat, een rivier ontstaat, die zich in zee stort. De duizend draadjes in een kostbaar tapijt, zoals dat van Penelope, zijn nooit afgewerkt, nooit voltooid, maar reconstrueren zichzelf op wonderbaarlijke wijze en beginnen opnieuw. Europa als een polyfone, polymere en poly-homerische eenheid.

Het idee en de verwezenlijking van deze tour, onder leiding van J.C. Junker, president van de Europese Commissie, zijn metaforen die dienen om de zich verenigende kracht in het diverse, doch gemeenschappelijke muzikale erfgoed van Europa te benadrukken.

De kracht die Europa tot één moet maken is de wil om te communiceren (in de woorden van politiek filosoof Larry Siedentop) en het is ook die wil om te communiceren die de werkwijze van een Orkest kenmerkt.

Geschiedenis

Muziek, net zoals de andere traditionele Europese kunsten, heeft haar vrijheid verkregen door haar geschenk aan het gezamenlijke lot, zo een paradox creërend: een stevig koord tussen de persoonlijke, private schepping en het algemene begrip, of de herschepping ervan. Muziek heeft van alle mannen en vrouwen burgers (en revolutionairen) gemaakt door het adembenemende bewijs (de vreugde en aandoenlijkheid) van het gemeenschappelijke “goed”: een gedeelde ervaring op hetzelfde ogenblik, iedereen samen… zoals voor of na een veldslag, maar dan zonder bewapening en zonder onenigheid, in een heden dat het verleden en de toekomst omvat.

Hoewel het begon als een uitdrukking van het zelf en van de groep, gemaakt voor werk en rust, voor vreugde en verdriet, voor liefde en dood, traden er zoals bij alle Europese kunsten groepen op die haar wouden bezitten: de kerk en de adel geloofden dat ze haar aan hun genade konden onderwerpen, haar tot hun dienst konden stellen. Maar muzikanten ontsnapten uit deze gouden kooi zoals vogels of de wind zelf: God, het lot, hun Kunst, de mensen, vele redenen om te vluchten, aangezien niemand een schoonheid kan bezitten die op tijd geschreven werd. Enkel het hart kan zich aan haar herinneren.

En het orkest is de perfecte en poëtische synthese van deze paradox: tegelijkertijd zeer privaat en zeer publiek. Het enige grote Europese woud dat werkelijk bestaat. Een kruissteek van motieven, van noten en melodische vormen en stilte en harmonie en chaos, die sentimenteel, emotioneel, en toch ook geheel logisch zijn.

Stemmen, noten, melodieën, authentiek en oud, vermenigvuldigen zich in de echo van het orkest en scheppen een nieuwe wereld van regen en donder, een nieuwe vloed uit elke traan. Maar deze wereld is een onsterfelijk drijvend paradijs dat niet zal vergaan, maar zal overleven, oud en nieuw op dezelfde manier, zo exotisch als een sirene of een griffioen, maar toch zo groen en ordinair als gras.

Muziek volledig begrijpen bestaat niet, wat ook geldt voor de vriendschap of de liefde, zij is een taal zonder code. Zoals het geval is bij kleuren is muziek duidelijk, doch onvatbaar, abstract en figuurlijk, een persoonlijke maar ook een algemene eigenaardigheid.

Het enige en beste dat gedaan kan worden is zich aan haar over te geven, onze individualiteit opzij te plaatsen, zoals een oude en gekreukelde mantel, en haar uitnodiging te accepteren om een elk en een iedereen te zijn, een reusachtige golf van rumoer en slechts een greintje geluid.

De spontane eenheid waarin zij ons werpt, deze gelijkheid die het individuele onderscheid niet afschaft, maar onder zich brengt, kan niet eenvoudigweg omgezet worden in een conversatie of in woorden, maar kan veeleer als een ervaring worden beleefd.

Hymne

De rol van muziek als een gemeenschappelijke taal, als een gedeelde erfenis binnen Europa, verklaart de keuze van haar hymne.

De Hymne van Europa is op zichzelf een treffend voorbeeld van het onderlinge verband tussen artistieke talen en genres: van gedicht tot symfonie, van muzikale bezetting tot koor, van populaire muziek tot klassieke en dan terug naar populaire.

Hoewel ze haar oorsprong vindt in de vreugde en verrukking van de jonge Schiller, voor het eerst bevrijd van zijn (niet zo metaforische) kettingen, openbaart het gedicht genaamd “To Joy” (in het Duits: An die Freude), later opgenomen in Beethovens Negende Symfonie, zodoende de palimpsestische aard van de Europese cultuur. Alsook diens vermogen om tranen in wijn om te zetten.

Vlak voordat de hymne aanbreekt, naar het einde van Symfonie toe, vindt een grote orkestrale explosie van epische proportie plaats die men mogelijks als symbool voor Beethovens publieke en private rampspoeden kan interpreteren.

Wij allen weten dat het Beethoven ongeveer dertig jaar kostte om dit vers, dat hij altijd diep bewonderd had, op muziek te zetten, alsook dat hij doof was toen zijn Negende Symfonie voor het eerst gespeeld werd, hij was niet in staat het te horen, noch het applaus, en kon het enkel in zijn partituur volgen.

En het is gemakkelijk om in dit lange en prachtige werk echo’s van de Franse Revolutie te voelen, van de Europese oorlogen die daaruit voortvloeiden, en van het pad van bloed en vuur waarmee Napoleon een nieuwe kaart van Europa ontdekte.

Ondanks de vreselijke daden die plaatsgevonden hadden was het voor alle mannen en vrouwen van goede wil mogelijk geweest om de begrippen vrijheid en gelijkheid aan te wenden, niet simpelweg in de literaire zin, maar in een werkelijke politieke en sociale context, en dit was als een blikseminslag geweest die te midden van de storm het vuur van hoop blust. Daarom vinden we in de Negende Symfonie zoveel emotie, passie en deconstructie, maar ook momenten van vrede en geluk.

Dus hetgeen dat voor sommige geleerden zijn oorsprong in een populair lied vond wordt opnieuw populair. Uit de originele bewerking door Herbert van Karajan voor de Europese Unie komen verschillende versies voort die bij elke smaak en stijl van het culturele spectrum passen.

Hoe dan ook, zijn ware betekenis gaat uit van de Negende Symfonie, waar het een plaats inneemt die, van radeloze hoop bevestigd door het lijden, hoop is die in turbulente tijden leeft. Een waarschuwing die vandaag nog steeds geldt.

Sterren

De harmonie der sferen is een Pythagoriaans concept dat later door Aristoteles werd overgenomen, en dat een reis doorheen de filosofie en het denken van Europa heeft gemaakt, en daarbij verschillende aspecten heeft aangehaald, van “echte” naar esoterische. Het veronderstelt dat de beweging van de sterren en planeten een soort muziek vormt, onhoorbaar voor het menselijke oor, maar het is deze muziek van perfect in verhouding gebrachte energie die hun harmonische wetten bepaalt en verklaart dat zij vreedzaam naast elkaar bestaan, zonder in de weg van elkaars baan te staan.

De vlag van de Europese Unie, ontworpen door de artiest Arsène Heitz, een schilder uit Straatsburg, bestaat uit twaalf gouden sterren die rondcirkelen op een blauwe achtergrond en lijkt verbonden te zijn met dat langtijdig aanbeden idee. En het is duidelijk dat het getal twaalf symbool staat voor de zon en zo een reactie vormt op de vele feiten en legendes, van de dag als een uit vierentwintig uren bestaande eenheid die door twee gedeeld is, twaalf maanden, twaalf sterrenbeelden, twaalf apostelen en twaalf ridders van de ronde tafel, die de steunpilaren van de Europese tijdsbeleving zijn, totaliteit en perfectie.

En het is ook interessant om te begrijpen hoe de beweging van de sterren overeenstemt met hun onderlinge, magische en wiskundige verhouding die de waarde, of “toon”, van de energie die hen bepaalt uitdrukt, verschillend maar toch gelijk.

Nadat we onze blikken op de stenen van de weg gericht hebben, wanneer we onze ogen opslaan en naar de sterren kijken; het oneindige hebben we in eigen handen, zelfs al is dit niet binnen het kader van ons leven. Je weg kennen is niet steeds vanzelfsprekend als je op de aarde neerkijkt: soms is het nodig een stap in een grotere ruimte te zetten, donker maar toch vertrouwd, waarin gevoeld kan worden dat deze muziek, genaamd klassieke, de onze is.

Orkestmuziek schept de mogelijkheid na te denken over het idee van ‘gelijkheid door verscheidenheid’ – als meer dan simpelweg een Utopiaans concept, namelijk als een echt organiserend principe.

Door het samenbrengen van 120 muzikanten uit meer dan 25 verschillende landen is het Koninklijk Concertgebouworkest… een krachtig statement over de werkelijkheid van Europese idealen en de waarde ervan om verscheidenheid te laten evolueren in de richting van een harmonieus eindresultaat.

Een orkest is een uitspansel van mogelijkheden dat ons omvat, dat ons in de toekomst projecteert en zich toch ons verleden herinnert: tot de horizon van de sterren.