Beethoven Pianoconcert nr. 2

Ludwig van Beethovens Tweede pianoconcert is eigenlijk zijn Eerste. De 25-jarige Beethoven schreef het speciaal voor zijn Weense debuut als pianist in 1795. Omdat het alleen maar was bedoeld om zijn eigen virtuositeit te etaleren vond hij het kennelijk niet nodig om de pianopartij meteen uit te schrijven. Zo kon hij later nog ongestraft iets veranderen. Dat gebeurde ook: na verschillende aanpassingen werd het definitieve werk pas in 1801 uitgegeven, toen hij al een ander pianoconcert had weten te publiceren.

Het Tweede pianoconcert is een concert volgens de toen geldende regelen der kunst: evenwichtig van opbouw, bedoeld om het publiek te behagen en niet om het te laten schrikken. Het debuut was een triomf; Beethoven werd in de erop volgende jaren gezien als een van de meest vooraanstaande pianisten van Wenen, en hij moest het concert nog vele keren spelen. Toch had Beethoven er zelf geen hoge dunk van. Hij bood het zijn uitgever aan voor de helft van de prijs van een klaviersonate, als "een pianoforte-concert, dat ik niet tot een van mijn beste reken", waaraan hij fijntjes toevoegde: "Voor u zal het echter geen schande zijn, het in druk te nemen."

De première van Tweede pianoconcert was niet alleen een debuut voor Wenen, het was ook voor het eerst dat Beethoven optrad in een openbare concertzaal, voor betalend publiek. Daarvóór trad hij uitsluitend op in de salons en paleizen van de adel. De komst van het publieksconcert was kenmerkend voor die tijd. Door Franse Revolutie waren allerlei oude privileges afgeschaft of op de tocht komen te staan. De burger, ook de Oostenrijkse, emancipeerde zich. Waar instrumentale muziek voorheen het voorrecht van de adel was, kon de burgerij zich er nu ook aan laven.

Beethoven zelf stond model voor een nieuwe lichting musici die niet langer in dienst was van een vorst maar op eigen benen stond en vrij was om te componeren wat hij wilde. Onder deze omstandigheden konden openbare concerten uitgroeien tot happenings, virtuozen tot supersterren en componisten tot godenzonen. Hoewel Beethoven als componist lang niet altijd werd begrepen, werd hij al tijdens zijn leven vereerd als een messias.

Koen Kleijn