Koninklijk Concertgebouworkest
Koninklijk Concertgebouworkest

Beethoven Symfonie nr. 7

Dat Ludwig van Beethoven een opstandig karakter had én politiek geëngageerd was bleek al bij de compositie van zijn Derde symfonie (1804), die hij aanvankelijk aan Napoleon opdroeg. De componist bewonderde Napoleon aanvankelijk om diens democratische ideeën, maar toen Napoleon zichzelf tot keizer kroonde, trok Beethoven de opdracht woedend in.

Als inwoner van Wenen had Beethoven daarna alle reden om zich druk te maken over de politieke ontwikkelingen van zijn tijd. De stad werd in 1805 en 1809 ingenomen door de Fransen. De eerste keer gebeurde dat zonder al te veel strijd, maar de tweede keer werd de stad gebombardeerd, wat Beethoven dwong de kelder van zijn broer in te vluchten om het beetje gehoor dat hem nog restte te beschermen. Zijn beschermheer aartshertog Rudolf van Oostenrijk moest de stad ontvluchten en Beethoven componeerde naar aanleiding daarvan zijn Klaviersonate nr. 26, 'Les adieux', die hij opdroeg aan de vorst.

Op 8 december 1813 vond er in de Universiteit van Wenen een benefietconcert plaats voor de Oostenrijkse en Beierse soldaten die in de Slag bij Hanau van 30 en 31 oktober datzelfde jaar gewond waren geraakt. Beethoven dirigeerde er eigen werk; het orkest was - als een Live Aid avant la lettre - aangevuld met grootheden uit de muziekwereld: Louis Spohr, Johann Nepomuk Hummel, Giacomo Meyerbeer, Antonio Salieri en Mauro Giuliani. De muziek was eveneens een publiekstrekker: Beethovens Wellingtons Sieg, een 'oorlogssymfonie' naar aanleiding van de Britse overwinning op Joseph Bonaparte tijdens de slag bij Vitoria (Spanje) op 21 juni 1813. Op het programma stond ook de première van de Zevende symfonie, door sommige aanwezigen aanvankelijk beschouwd als extraatje bij de luidruchtige oorlogssymfonie. Het hele concert, inclusief de symfonie, werd Beethovens meest succesvolle concert tot dan toe.

In de muziek van de Zevende is niets te merken van politieke inspiratie. Het premièrepubliek hoorde in het tweede deel weliswaar een treurmars voor de gevallenen bij de Slag bij Hanau, maar dat was zeker niet Beethovens opzet; hij voltooide de symfonie al op 13 mei 1812, dus meer dan een jaar daarvóór.

De onweerstaanbaar ritmische symfonie, die later door Richard Wagner 'de apotheose van de dans' zou worden genoemd, straalt zo'n enorme vitaliteit uit, dat de aanwezigen zich onmiddellijk gewonnen gaven. In het concert moest het tweede deel worden herhaald, en het is sindsdien onverminderd populair gebleven.

Na alle oorlogsontberingen en met Napoleon eindelijk aan de verliezende hand na de Russische veldtocht van 1812, verklankte Beethovens Zevende de emoties en opluchting van het publiek. Dat Beethoven zijn symfonie niet uitsluitend als kunst voor de kunst bedoelde, maar juist midden in de maatschappij wilde staan en weerklank zocht bij de mensen, moge blijken uit zijn dankwoord aan de deelnemers aan het concert: 'Wat ons allen beweegt is niets dan zuivere vaderlandsliefde en de liefdevolle inzet van onze energie voor hen die zoveel voor ons offerden'.