Beethoven Symfonie nr. 8

Beethovens Zevende en Achtste symfonieën zijn als paar ontstaan. Net als de Vijfde en Zesde werden ze direct na elkaar gecomponeerd. Inhoudelijk zijn de symfonieën ook als paren gedacht: na de dramatische Vijfde komt de de frisse wind van de Zesde en tegenover de meeslepend-romantische Zevende staat de puntig-heldere Achtste.

Na de voor Beethoven gebruikelijke compositorische worsteling met de Zevende was de Achtste blijkbaar een peulenschil; hij deed er slechts vier maanden over. Het feit dat Beethoven werkte onder moeilijke persoonlijke omstandigheden - een onbereikbare liefde, een conflict met zijn broer, slechte gezondheid en verdere achteruitgang van zijn gehoor - en toch zo'n zonovergoten werk kon produceren, doet het Romantische beeld van de kunstenaar die in zijn kunst zijn hart uitstort teniet. Het ligt meer voor de hand om aan te nemen dat hij in de symfonie juist afleiding vond voor persoonlijke aangelegenheden.

Geestig

De Achtste symfonie is de Assepoester onder de Beethoven-symfonieën: de minst populaire maar door kenners zeer bewonderd. Beethoven zelf vond zijn Achtste beter dan de Zevende en wond zich eens op over een criticus die het nodig vond om te melden dat de Achtste niet zo succesvol was als bijvoorbeeld de Zevende.

De Achtste is in ieder geval de meest geestige van alle Beethovensymfonieën, met in elk deel wel grapjes en noviteiten. Zo is het begin van het eerste deel identiek aan het eind van het deel. Een langzaam deel ontbreekt en in plaats daarvan componeerde Beethoven een imitatie van een metronoom, een nieuwe uitvinding van zijn vriend Johann Nepomuk Mälzel. Over het regelmatige tikken in de houtblazers legt Beethoven een elegante, lichtvoetige melodie die volgens Iván Fischer uit een Rossini-opera had kunnen komen. Tezamen geven ze een potsierlijk effect.

Bovenmenselijke energie

Het daaropvolgende menuet neemt een loopje met de dansers; door de verraderlijke accenten is het moeilijk maat te houden. Tijdens het laatste deel zien we als het ware Beethoven met een brede grijns, die in een wilde rit aan toonsoortwisselingen, plotselinge tussenwerpingen en speelse contrasten het publiek naar adem laat happen. Pjotr Iljitsj Tsjaikovski vond dit deel de beste symfonische muziek die Beethoven ooit schreef.

Richard Wagner vatte de Zevende en Achtste als volgt samen:
‘Nergens is er een grotere openheid of ongebreidelder energie dan in de Symfonie in A. Het is een waanzinnige uitbarsting van bovenmenselijke energie, met geen ander doel dan het plezier van het ontketenen van die energie, als een rivier die buiten zijn oevers treedt en het omliggende land overstroomt. De kracht van de Achtste symfonie is weliswaar niet zo subliem, maar wel karakteristiek voor de man, met zijn mengeling van tragiek met kracht, en Herculeaanse energie met grillig kinderspel.'