Koninklijk Concertgebouworkest
Koninklijk Concertgebouworkest

Brahms Symfonie nr. 2

In de 19de eeuw hadden componisten het niet gemakkelijk. In de overgang van classicisme naar romantiek had Beethoven drie cruciale genres naar zijn hand gezet: de pianosonate, het strijkkwartet en de symfonie. De grenzen van wat binnen die genres mogelijk was had hij zodanig opgerekt, dat het leek alsof zijn laatste composities daarin ook meteen het eindstation waren. Hoe nu verder? Eén van de oplossingen was de uitvinding van nieuwe genres, bijvoorbeeld het korte 'karakterstuk' voor piano, en het symfonisch gedicht. Daarin werd de vorm, het karakter en het verloop van de muziek bepaald door iets buitenmuzikaals, bijvoorbeeld de natuur of de literatuur.

Brahms was geboren in een tijd dat Berlioz zijn hallucinerende Symphonie fantastique schreef, en groeide op terwijl Liszt zijn literaire symfonische gedichten componeerde. De volwassen Brahms wilde terug naar klassieke, puur muzikale genres als de symfonie, maar was natuurlijk ook een kind van zijn tijd. Hoe lastig hij dat vond, bewijst de lange tijd die hij nodig had voor de voltooiing van zijn Eerste symfonie: 15 jaar. Het resultaat was een meesterwerk van symfonisch vakmanschap, dat desondanks Brahms' persoonlijke signatuur droeg, en dat de weg opende naar een hernieuwde symfonische traditie. Het werd bij de première onthaald als 'Beethovens Tiende symfonie'.

Het leek of Brahms zijn symfonische stem eindelijk had gevonden, want over zijn Tweede deed hij maar vijf maanden. Deze symfonie schreef hij in het Oostenrijkse dorpje Pörtschach, een plaats waar volgens een van zijn brieven '… de melodieën zo weelderig tieren, dat je moet oppassen er niet op te stappen'. Brahms waarschuwde zijn uitgever tijdens de compositie plagerig: 'De nieuwe symfonie is zo melancholiek, dat u het niet zult uithouden. Ik heb niet eerder zoiets treurigs en zwaarwichtigs geschreven: de partituur moet met een rouwrand worden uitgegeven.'

Na de dramatische en donkere toon van zijn Eerste, heeft de Tweede een lyrisch, bijna uitgelaten karakter. De symfonie kreeg al gauw de bijnaam Pastorale - alweer een verwijzing naar Beethoven.