17 januari 2019

Horizon

programma met beeldprojectie

Barcelona en Amsterdam

Kaarten & programmaAudio & Video
januari 2019 donderdag 20:15
Het Concertgebouw, Amsterdam
Nederland
concert geweest
Maurice Ravel Alborada del Gracioso
Christiaan Richter Wendingen (opdrachtcompositie, met beeldprojectie Wildvreemd/Steye Hallema)
Blai Soler Sol
George Benjamin Dream of the Song (beeld Oliver Harrison)
Maurice Ravel Bolero
Een ode aan de idealistische architectuur

In samenwerking met Amsterdamse School Museum Het Schip presenteert het Concertgebouworkest in zijn innovatieve serie Horizon Barcelona en Amsterdam 1919, een ode aan de idealistische architectuur uit die tijd, vol kleurrijke Iberisch getinte muziek.

Barcelona had Antoni Gaudí, Amsterdam had de Amsterdamse School: idealistische architectuur voor een nieuwe wereld, nog altijd te bewonderen in Amsterdamse gebouwen als De Dageraad. Oliver Harrison ontwerpt op basis van deze bijzondere architectuur een visualisatie bij George Benjamins Dream of the Song, dat in 2015 veel indruk maakte bij de wereldpremière door het Concertgebouworkest. Benjamin dirigeert daarnaast werken van Maurice Ravel, Blai Soler en een nieuw werk van de jonge Nederlander Christiaan Richter. Het nieuwe werk van Christiaan Richter wordt gespeeld met een beeldprojectie van Wildvreemd/Steye Hallema.

Benjamins Dream of the Song

In Benjamins Dream of the Song vertolken countertenor Bejun Mehta en de dames van het Nederlands Kamerkoor poëzie van Federico Garcia Lorca en twee middeleeuwse Spaans-Joodse dichters. De Catalaan Blai Soler schreef met Sol een werk dat in zijn tweedeligheid de tegenstelling nacht/ochtend weerspiegelt, al wijst 'sol' niet alleen op de zon, maar ook op de noot 'g'. Dat Ravel wortels heeft op het Iberisch schiereiland, komt in menige compositie van de Fransman tot uiting, zoals de uitbundige ode aan de zonsopkomst in Alborada del Gracioso en zijn Bolero, een immens populair geworden 'experiment in orkestratie' naar een Spaanse dans.

Dit programma wordt ook gespeeld op vrijdag 18 januari.

Programmaboekje Horizon Barcelona en Amsterdam 1919

Audio & Video

Architect Wijdeveld over Ravels Bolero

Maurice Ravel 1925
Maurice Ravel 1925

In het Nieuwe Instituut te Rotterdam zit tussen louter architectonische schetsen en aantekeningen van Hendrik Wijdeveld onverwacht
een Engelstalige muzikale notitie (zie vertaling rechts). Het is een beschrijving van Ravels Bolero, die met zijn unieke lijnenspel
de architect geïnspireerd moet hebben.

Wijdeveld, een van leidende figuren van de Amsterdamse School, was hoofdredacteur en typograaf van het baanbrekende vormgevingstijdschrift Wendingen, waarin hij als enige onder zijn collega’s aandacht vroeg voor de muziek. Hij correspondeerde met vooraanstaande componisten, waaronder Ravel, over een internationaal verbond van kunstenaars uit verschillende disciplines, en hij werkte als ontwerper samen met de Nederlandse componist Willem Pijper.

Mark van Dongen

Bestel kaarten

“In de middag bezocht ik het Caecilia Concert (…) het sloot af met Ravels Bolero: Geluidloos-geluid groeit vanuit het stille niets, ongehoorde trillingen hangen boven de toehoorders.

Zijn we slapend wakker? Dromen wij?

We proberen te luisteren, maar de dirigent spreidt een magische nevel over het publiek. Wees stil…, geen beweging… hoor, ja duizend luisteraars, let op wat hij doet. De dirigent schept uit het niets… KLANK! Ja, luister... KLANK. Eindelijk ademen we weer.

Er is een roffel op een trom, er groeit een voortgaand proces van klank, het wordt een drijvende kracht, vitaal elan, door het hele orkest. Waar de dirigent eerst amper bewoog, komt hij nu tot leven, geeft links iets aan, richt zich naar het midden en gooit beide armen naar rechts.

We hebben Wagner en Mendelssohn gehoord en volgden hun duizend manieren om het doel te bereiken, maar nu en hier is er maar één weg, recht vooruit…

Violen voegen zich bij het getrommel, de harpen knallen plots, de trompetten willen niet overspoeld worden, ook zij weten wat ritme is. Ze blazen en blazen, maar boven alles klinkt de grote trom. Het getrommel overwint!

De essentiële emotie zit niet in de melodie maar in het ritme. Een oproep aan vlees en bloed. Tiranniek als donderslag, lichtflitsen. Een zuil van klank. Het orkest zuigt alle beschikbare kracht van het publiek op. We zijn verloren, bestaan niet langer! Dan eindelijk heeft de dirigent medelijden met ons; hij geeft een scherpe aanwijzing;… Knal!...Knal…Knal! Het is voorbij.”