Koninklijk Concertgebouworkest
Koninklijk Concertgebouworkest

Erna Hennicot-Schoepges

Alle Menschen werden Brüder

Erna Hennicot-Schoepges
Erna Hennicot-Schoepges

 

Met een visionair project, RCO meets Europe, presenteert het Koninklijk Concertgebouworkest van Amsterdam, zich in de drie volgende jaren in alle lidstaten van de Europese Unie.

Het is een gelegenheid om enkele reflecties te maken over Europese muziek gegroeid uit een immens erfgoed sinds de Oudheid, en ook op het symfonisch orkest en zijn rol in de maatschappij.

In den beginne …

Het geluid was het eerste communicatiemiddel van de Neanderthaler. Een ploeg archeologen heeft ontdekt dat de mensapen, twee miljoen jaar geleden, communiceerden via het uitstoten van geluiden. Het eerste muziekinstrument, een fluit gemaakt uit zwanenbeenderen, dateert men rond 33 000 voor Christus.

Het gehoor heeft al zijn functie in het embryonale stadium. Reeds voor de geboorte kan de baby klanken onderscheiden en herkent hij de vertrouwde stem van zijn moeder. De eerste communicatie instrumenten zijn het gehoor en de stem. In onze opvoeding en opleiding wordt te weinig belang gehecht aan een goed getraind en aandachtig oor. Het aanleren van een taal gaat ook via het gehoor, immers, voor de syntaxis gekend is memoriseren de hersenen de woorden! Recent hersenonderzoek heeft uitgewezen dat muziek de structuur en de werking van de hersenen kan veranderen.

Antropologisch fenomeen 

Muziek en geluiden zijn antropologische fenomenen, inherent aan onze biologie, aan ons zenuwstelsel, aan onze emotionele capaciteiten. Een vergelijkende studie van zes jaar uitgevoerd door Hans Günther Bastian (tussen 1992 en 1998) bij twee lagere schoolgroepen in de Berlijnse wijk Kreutzberg heeft de invloed bewezen van het beoefenen van muziek op het gedrag van kinderen. De groep die dagelijks samen een instrument bespeelde behaalde betere resultaten op vlak van cognitie en gedrag dan de groep die slecht één uur muzikale opvoeding kreeg per week. De “muzikanten in de dop” hadden betere punten, minder gewelddadige reacties ten opzichte van elkaar en gedroegen zich in het algemeen meer gedisciplineerd. Ondanks deze positieve resultaten hebben deze bevindingen geen invloed gehad op de bestaande onderwijssystemen. 

De geschiedenis van de muziek in de oudheid gaat meer dan 5000 jaar terug. Tussen China en Babylonië werden afbeeldingen van instrumenten teruggevonden met vijf en zeven snaren. In de Griekse mythologie worden muziekinstrumenten afgebeeld als gaven Gods: Hermes, de boodschapper, wordt afgebeeld met een lier, Athene met de trompet, Pan met de fluit die tot op vandaag zijn naam draagt. Plato, de Griekse filosoof, stelde al de these dat muziek een invloed heeft op het menselijk gedrag. Zijn theorie ging uit van de stelling dat de muziek – gebaseerd op zeven tonen die heel of half kunnen zijn en die verschillende toonaarden kunnen vormen – een invloed hebben op het humeur van de mens. Plato plaatste samen met Pythagoras, de wiskundige, het muziekonderwijs op de eerste plaats in de ontwikkeling van het intellect.

De religieuze cultuur 

In de 6e eeuw werd de religieuze cultuur uitgedragen met de gregoriaanse muziek door de paus die er zijn naam aan liet. De muzikale notatie die uitgevonden werd dankzij het werk van Guido d’Arezzo rond 1100 heeft de fundamenten gelegd voor het ergoed dat ons is nagelaten door de monniken van de kloosters. De ‘antiphonaire d'Echternach’ is daar nog een opmerkelijk voorbeeld van!

Johan Sebastiaan Bach heeft ons een buitengewoon patrimonium achtergelaten, monumenten van de muziek, gecomponeerd voor de liturgische kalender. Vandaag zingen zelfs atheïsten uit volle borst het lijdensverhaal van Christus als ze de passies van J.S. Bach zingen!

Met de troubadours, die muziek maakten in de kastelen, werd het liefdeslied geboren. De muzikanten verplaatsten zich, ze ontdekten nieuwe vormen, zoals samenzang, opera, ballet en barokke muziek.

Het symfonisch orkest 

Ontstaan uit barokke formaties en getransformeerd door componisten in de daaropvolgende eeuwen, vond het symfonisch orkest zijn weg naar paleizen en concertzalen.

Dienen we Mozart, Haydn, Beethoven, Brahms en alle anderen nog te vermelden om er de Europese oorsprong van te bewijzen? Het orkest is vandaag een voorbeeld geworden van wereldwijde cultuur zonder grenzen. Het verbindt muzikanten van alle nationaliteiten, mannen en vrouwen, en vertolkt de boodschap van de componisten.

Alle Menschen werden Brüder

De Negende Symfonie van Ludwig van Beethoven waarvan het thema van de vierde beweging de Europese hymne is geworden vertolkt de vredeswens van de volkeren volgens de Duitse dichter Friedrich Schiller die er de Ode aan de vreugde van maakt. Vanaf 1792 was Beethoven van plan deze tekst op muziek te zetten en er zijn ‘politiek’ programma van te maken. Dit pleidooi voor vriendschap en samenwerking tusssen de volkeren valt samen met het einde van de dertigjarige oorlog en het Congres van Wenen dat in 1815 de nieuwe grenzen van de natiestaten bepaalt. Beethoven breekt ook met de traditie van de klassike symfonie. In de laatste beweging laten koor en solisten samen de eenheid van de volkeren horen. Deze breuk met de traditionele symfonie wordt in Theater An der Wien op 7 mei 1824 gecreëerd maar zijn poliieke boodschap werd toen niet gehoord.

De oude structuren van de Natiestaten worden opnieuw gevormd en een eeuw later zal de eerste Wereldoorlog de oude tegenstellingen helaas bevestigen.

Unie zonder broederschap

De Europese Unie, ontstaan na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog, verzekerde 70 jaar vrede voor de volkeren van haar continent.

De Ode aan de Vreugde blijft de boodschap van deze ‘supranationale’ hymne in een nieuwe tijd waarin de gemeenschappelijke grondwet minder ver strekt.

Ontstaan op het achterplan van een economische coöperatieve, blijft de EU bezorgd over haar cultuur, de eigenheden van elk land daarbij respecterend, immers, de collectieve projecten die ontstaan uit nationale ideeën worden ondersteund door het gemeenschappelijke budget.

Geen gezamenlijk project, maar wel de nominatie van de drie Europese Culturele hoofdsteden. Sinds kort gekozen door nationale wedstrijden onder de supervisie van een ‘Europese’ jury.

Het project van het Koninklijk Concertgebouw van Amsterdam komt op een moment waarop het ‘European Youth Orchestra’ – een Brits initiatief dat ondersteund werd door het Europees Parlement in haar relsolutie van 8 maart 1976 – heeft moeten vechten voor haar overleving. Op 1 juni, meldde Jean-Claude Juncker, de President van de Commissie, na vele brieven en petities en de meeslepende oproep van Simon Rattle, dat hij oplossingen heeft gevonden voor het voorbestaan van het Europees jeugdorkest. Helaas is het een précair voortbestaan, gezien een pilootproject de oude structuur moet overnemen voor een jaar. We zullen zien wat er gebeurt na 2017!

RCO Meets Europe

Wat een boodschap met een zeer symbolische waarde geeft het Concertgebouworkest daar mee!

Het initiatief RCO Meets Europe komt juist op het moment waarop de hervormingen in de financiering van de cultuur het project van het European Youth Orchestra hadden verbannen naar hetzelfde niveau van zo vele andere ingestuurde projecten.

De musici van het Koninklijk Concertgebouworkest tonen de weg aan jonge muzikanten door samen met kennis en ervaring te delen.

Als we een verenigd Europa willen en vrede tussen alle volkeren, laten we dan meer van dit soort initiatieven nemen en er niet enkel over praten!

Muziek leren is leren samenleven

Samenspelen onder de hoede van één dirigent, na de ijverige studie van elke afzonderlijke muzikant, houdt een gemeenschappelijke doel in. Een gezamenlijke wil om bij te dragen aan een belangrijke missie waaruit bij ieder een diep gevoel van voldoening kan ontstaan.

Talrijk zijn helaas de luisteraars die niet kunnen inschatten hoeveel jaren van hard werk en onvermoeibare discipline voorafgaan aan de intrede van de muzikant bij een orkest. Het feit dat er muziek “gespeeld” wordt, geeft de indruk dat het allemaal gemakkelijk is en vanzelf komt als een aangeboren talent. Toch leidt een talent zonder inspanning nooit tot uitmuntendheid.

Muzikale opvoeding, dat in de tijd van Bach en ver daarvoor een belangrijke pijler was van de algemene opvoeding, wordt meer en meer bestempeld als overtollig in de leerplannen van ons onderwijs. ‘Op welk beroep kunnen we jongeren voorbereiden door ze een muziekinstrument aan te leren, of ze te leren zingen?’ is de vraag die gesteld wordt. Door zo weinig zorgzaam om te gaan met de vorming van een persoon, met diens emoties en luistervaardigheden, heeft men slechts oog voor de economische inzetbaarheid van de jeugd. Dit terwijl nog niemand zicht heeft op welke beroepen binnen een decennium zullen moeten worden uitgeoefend. Wat onmiskenbaar is en steeds zal zijn, is dat ijver, discipline en menselijke gevoeligheid de meest gezochte kwaliteiten – of kwalificaties – zijn en blijven op de arbeidsmarkt. Deze eigenschappen krijgt een mens door een muziekinstrument te bespelen of zang te beoefenen.

Het orkest is ook een metafoor voor een samenleving. Ondanks hun verschillende nationaliteiten en culturen, passen muzikanten zich aan hun buur aan, in aandacht en concentratie horen ze elkaar in alle toonaarden en bereiken ze een perfect samenspel.

Het project om in 2018 tien jonge auteurs van een essay uit te nodigen in Amsterdam, de thuishaven van het Concertgebouw, kan misschien een vooruitblik zijn van deze nieuwe Unie, die zich zal moeten vormen met respect voor haar waarden en haar cultuur en die daartoe alle inspanningen bundelt van alle mensen die van goede wille zijn …

Dat het KCO op het einde van het project in 2018 een krachtigere en EU mag vinden met meer samenhang, een Unie die de toekomst in zich draagt!