Koninklijk Concertgebouworkest
Koninklijk Concertgebouworkest

Lutoslawski Musique funèbre

Josef Stalin overleed in 1953 en een jaar later begon de Poolse componist Witold Lutosławski te schrijven aan zijn Musique funèbre. Natuurlijk was het stuk niet bedoeld als begrafenismuziek voor de gevreesde dictator. Het was de in 1945 in New York overleden Béla Bartók, die volgens opdrachtgever Jan Krenz, chefdirigent van het Pools Nationaal Radio Symfonie Orkest, treurmuziek verdiende.

De Hongaarse componist had met afgrijzen gezien hoe de Duitse nationaalsocialisten vanaf 1938 veel muziek van beroemde collega’s als entartet ('ontaard') brandmerkten en verboden. Hij was hierover zo woedend dat hij per brief eiste zelf te worden opgenomen in die zwarte lijst, wat trouwens niet is gebeurd. Hongarije's toenadering tot nazi-Duitsland was voor Bartók druppel die de emmer deed overlopen en hij emigreerde naar de Verenigde Staten. Zijn vaderland heeft hij niet meer teruggezien; na de Russische bevrijding van Hongarije vroegen achtergebleven vrienden hem terug te keren om zitting te nemen in het nieuwe parlement, maar snel daarna werd hij te ziek om nog te reizen.

Zijn terugkeer zou overigens zijn uitgelopen op een teleurstelling; de Sovjet-autoriteiten, die in het naoorlogse Hongarije de dienst uitmaakten, hadden veel van zijn werk al voor de oorlog als 'formalistisch' bestempeld en in de ban gedaan. Hoewel de principiële Bartók dit als een compliment zou kunnen hebben opgevat, had het zijn vrijheid als componist waarschijnlijk teveel belemmerd. Met Stalins overlijden werden veel van de onzinnige oordelen ingetrokken, niet alleen in de Sovjet-Unie, maar ook in de satellietstaten Hongarije en Polen. Zo kon Bartók postuum uitgroeien tot Hongarije’s nationale held en Lutosławski mocht zijn collega Bartók openlijk eren met een compositie. Zo bleek de dood van Stalin indirect toch een belangrijke factor in het ontstaan van de Musique funèbre.