Koninklijk Concertgebouworkest
Koninklijk Concertgebouworkest

Mahler Symfonie nr. 8

'Symphonie der Tausend'

De Achtste symfonie van Gustav Mahler is een van de grootste werken voor koor uit het klassieke repertoire. Het vergt een enorme instrumentale en vocale bezetting en wordt daarom wel de 'Symphonie der Tausend' genoemd. Mahler zelf keurde die bijnaam af, en het werk wordt doorgaans met veel minder dan duizend deelnemers uitgevoerd, maar de première in 1910 omvatte een koor van 850 zangers (waaronder 350 kinderen), acht solisten, en een gigantisch orkest, dat (onder veel meer) acht hoorns, vier trompetten, vier trombones en een extra ensemble van nog eens vier trompetten en drie trombones omvatte, en verder een glockenspiel, een orgel, een harmonium, een piano, ten minste vier harpen, een celesta en verschillende mandolines.

De symfonie werd geschreven in de zomer van 1906. Alma Mahler schrijft in haar memoires dat Mahler 'was bezeten van het spookbeeld van een gebrek aan inspiratie', maar Mahler herinnerde zich dat anders: hij werd op de eerste dag van de vakantie gegrepen door de creatieve geest, en wierp zich onmiddellijk op de compositie. Hij was toevallig gestuit op de tekst van een negende-eeuwse Christelijke hymne, Veni, creator Spiritus ('Kom Schepper, Geest'), en hij had direct een beeld gekregen van het complete werk: 'Ik zag het hele stuk onmiddellijk voor mijn ogen, en ik hoefde het alleen maar te noteren, alsof het aan me werd gedicteerd.'

De voorbereidingen voor de wereldpremière in München in 1910 werden verstoord door een ernstige crisis. De affaire tussen Alma en Walter Gropius was aan het licht gekomen en Mahler, in paniek, werd aangeraden om Sigmund Freud te raadplegen. Freud was echter op vakantie in Noordwijk. Op 25 augustus nam Mahler de trein naar Nederland; de dag erna ontmoette hij Freud in een restaurant in Leiden. Vier uur lang wandelden de mannen pratend door het stadje. Het bezoek was een groot succes. Mahler stuurde daags erna een telegram aan Alma: 'Ik ben vol van vreugde. Interessante conversatie…' Alma was overigens zeer gepikeerd toen Freud haar, na Mahlers dood in mei 1911, de rekening voor het consult in Leiden stuurde.

De structuur van de Achtste symfonie is ongewoon. In plaats van meerdere delen bestaat het uit maar twee stukken, verenigd door het idee van 'verlossing door de kracht van de liefde'. Het eerste deel is gebaseerd op de Latijnse hymne 'Veni, creator Spiritus'; het tweede deel is in essentie een dramatische cantate, gebaseerd op de slotscène uit de Faust II van Goethe: de beschrijving van een verlossingsideaal door 'het eeuwig vrouwelijke' (das Ewig Weibliche). Dit was de eerste symfonie ooit waarin een koor van begin tot einde zingt. Mahler noemde het het meest grandioze dat hij ooit had gedaan: 'Probeer je voor te stellen dat het hele universum begint te zingen en te klinken. Er zijn niet langer menselijke stemmen, maar rondcirkelende planeten en zonnen.'

De eerste uitvoering in München op 12 september 1910 was een triomf in alle opzichten. Het applaus hield twintig minuten aan. In zijn hotel ontving Mahler een brief van Thomas Mann, die de componist beschreef als '… de man die, naar ik geloof, de kunst van onze tijd uitdrukt in zijn meest diepgaande en meest heilige vorm.' De uitvoering was de laatste keer dat Mahler zelf de première van één van zijn composities dirigeerde. Hij overleed acht maanden later, vijftig jaar oud. Zijn resterende werken - Das Lied von der Erde, de Negende symfonie en de Tiende - gingen alle na zijn dood in première.

De eerste uitvoering in Nederland vond plaats in het Amsterdamse Concertgebouw op 12 maart 1912, onder Willem Mengelberg. De Praagse première werd gegeven op 20 maart van dat jaar, geleid door Mahlers vroegere collega bij de Weense Hofoper: Alexander von Zemlinsky.

Koen Kleijn