Rachmaninoff Symfonische dansen

Sergei Rachmaninoffs Symfonische dansen is het laatste werk van de componist voor zijn dood in 1943. Rachmaninoff leefde toen al 26 jaar buiten zijn geliefde Rusland. De Revolutie van 1917 had hem, de bourgeois, verdreven naar het westen. Hij was toen al een legendarische pianist, en kon die carrière gemakkelijk voortzetten, maar in het in het snel veranderende muzikale landschap werd de onverbeterlijk romantische componist Rachmaninoff gezien als ouderwets. Dat ontmoedigde hem; daardoor en door het drukke bestaan van een reizend pianist zou hij na 1917 niet meer dan zes werken voltooien.

De Symfonische dansen werden in 1940 gecomponeerd als showpiece voor het Philadelphia Orchestra en hun chef-dirigent Eugene Ormandy. Rachmaninoff trok nog eenmaal alle registers open voor een royale orkestklank met dramatische contrasten en soms gedurfde klankcombinaties. Het ging niet alleen om uiterlijk vertoon. Er wordt weliswaar gedanst, maar Rachmaninoff had ook een programma voor ogen. Aanvankelijk had hij de drie dansen de titels Middag, Schemering en Middernacht willen geven, als symbool voor verschillende levensfases, of beter, fases uit Rachmaninoffs eigen leven. De muzikale citaten die erin zijn verwerkt lijken deze autobiografische interpretatie te bevestigen.

De stuwende kracht van de mars in het eerste deel wordt afgewisseld door een nostalgisch middengedeelte, waarbij de tijd stil lijkt te staan. Hier zet Rachmaninoff een solo-altsaxofoon in, die het verlangen naar Rusland verklankt. Vlak voor het einde van dit deel is een citaat te horen uit Rachmaninoffs Eerste symfonie, een jeugdwerk dat zulke slechte kritieken kreeg dat de componist erdoor in een depressie belandde en lange tijd geen noot meer op papier kreeg.

Het tweede deel is een spookachtige wals; dreigende koperblazers zouden kunnen verwijzen naar de situatie in Europa op dat moment. In het derde deel, een snelle saltarello, is veelvuldig het Dies Irae-motief te horen. Dit motief uit de Gregoriaanse dodenmis duikt op bij veel componisten door de hele muziekgeschiedenis, maar bij Rachmaninoff loopt het als een motto door zijn hele oeuvre. Het maakt dit deel tot een dodendans, ware het niet dat daartegenover een prominent citaat uit zijn Vespers is gezet. Het bezingt de wederopstanding van Christus, en het gaat de strijd aan met het Dies Irae. Het laatste woord is voor aan wederopstanding: het leven overwint

De niet zo heel gelovige Rachmaninoff schreef onderaan de partituur: 'Ik dank U, Heer!'

Koen Kleijn