Sjostakovitsj Pianoconcert nr. 1

Dmitri Sjostakovitsj' problemen met Stalin en de Sovjet-censuur waren zo schrijnend en hebben zijn werk zodanig beïnvloed, dat die zijn imago zijn gaan bepalen. Sterker nog, in de hoogtijdagen van de koude oorlog en westerse angst voor het communisme kon de Sovjetcomponist als een van de zeer weinigen rekenen op westerse waardering, juist door zijn problematische relatie met het Kremlin. Dat hij tot 1936 betrekkelijk zorgeloos kon componeren, is echter minder bekend.

Na de Russische Revolutie was het nieuwe regime een tijd lang bijzonder vooruitstrevend op het gebied van de kunsten: bij een nieuwe samenleving hoorde een nieuwe stijl en de avant-garde werd aangemoedigd zijn beste beentje voort te zetten. Het was de tijd waarin Sergei Eisenstein zijn baanbrekende cinematografische meesterwerken als Staking en Pantserkruiser Potemkin produceerde, en de futuristen en absurdisten vrij spel hadden in de literatuur, zo lang men maar geen anti-Sovjet-ideeën probeerde te ventileren. In 1928 vond Stalin het welletjes: met het eerste vijfjarenplan werden voortaan ook kunstenaars gerekend tot arbeiders die hun steentje moesten bijdragen aan de heilstaat. Vanaf dat moment gold het 'socialistisch realisme' als leidraad voor elke kunstenaar: voor de arbeider herkenbare kunst, die de werkelijkheid weerspiegelt. Avantgardistische organisaties werden opgedoekt om plaats te maken voor bonden die erop toezagen dat hun leden in de pas bleven lopen met de politiek.

De tot dan toe op handen gedragen en daardoor naïeve Sjostakovitsj paste zich een klein beetje aan; door het toevoegen van socialistische titels, teksten of thema's wist hij toch weg te komen met tamelijk moderne muziek. Tot 1936, toen Stalin zelf zich ermee ging bemoeien. Drie jaar daarvoor schreef de 27-jarige Sjostakovitsj nog zijn geestige Concert voor piano, trompet en strijkorkest. Het commentaar van de trompet op het razend virtuoze spel van de pianist, de citaten, parodiën en muzikale grapjes, tot muzikaal slapstick aan toe, alles in dit concert getuigt van de zorgeloze, bijna overmoedige houding van een jonge componist. Met humor componeren, dat kon Sjostakovitsj als de beste en ook na 1936 zijn daar nog genoeg voorbeelden van aan te wijzen, maar zo origineel en spontaan als in dit pianoconcert zou het nooit meer worden.