Strauss Also sprach Zarathustra

Vrijwel iedereen heeft Richard Strauss' Also sprach Zarathustra wel eens gehoord (tenminste toch de inleiding: Sonnenaufgang). Van allerhande reclamespots of Stanley Kubricks film 2001: A Space Odyssey tot Deep Purple of Elvis Presley, de imposante openingsmaten lenen zich tot gevarieerd gebruik. Of Strauss' muziek nu geassocieerd wordt met commerciële dan wel filosofische doeleinden, men kan niet om het overweldigende effect heen wanneer het koper in unisono het beginmotief blaast. Slechts drie noten, op een ondertoon van bassen, volstaat om het thema van de dageraad gestalte te geven. Gevoelens van grootsheid, weidsheid, kracht en zelfoverstijgend optimisme zijn onontkoombaar. Strauss laat het effect nog aanzwellen door hetzelfde thema drie maal te herhalen, telkens sterker in intensiteit, tot aan de magistrale cadens in C majeur, de meest universele en zuivere toonaard.

Wat volgt is een meanderende opeenvolging van acht delen, die telkens zijn vernoemd naar hoofdstukken uit Nietzsches boek. De titels zijn overigens de enige verwijzing naar de programmatische context. Het geheel is een episodische structuur zonder woorden. De narratieve lijn van Nietzsches boek heeft geen rechtstreeks verband met de muziek en is slechts een vage aanleiding om retorische vragen op te roepen over verlangens, over vreugde en hartstochten, over de dood en over het heil van de wetenschap. Dat het Strauss nooit aan humor ontbreekt, blijkt uit het zevende deel, Das Tanzlied, waarin Zarathustra danst op de tonen van een Weense wals.

Wellicht meer dan door de inhoud, blijft Strauss' Also sprach Zarathustra memorabel door het kolossale orkestapparaat (met een viervoudige blazersbezetting en orgel) en door de dualiteit tussen de toonsoorten. C majeur vertegenwoordigt de natuur en het universum. Daartegenover staat B majeur als de toonsoort van de mensheid. Beide toonkleuren wisselen elkaar af in majeur en mineur maar kunnen in zuiver muzikaal opzicht niet met elkaar samengaan. Het spel met de toonsoorten is een raadsel dat noch de mens, noch de 'Übermensch' kan doorgronden.

Sabien Van Dale