Koninklijk Concertgebouworkest
Koninklijk Concertgebouworkest

Strauss Ein Heldenleben

Richard Strauss' symfonisch gedicht Ein Heldenleben neemt in de geschiedenis van het Koninklijk Concertgebouworkest een bijzondere plaats in. Na het aantreden van Willem Mengelberg als tweede chef-dirigent van het orkest in 1895, werd een start gemaakt met een traditie, die tot op de dag van vandaag voortduurt; het uitnodigen van componisten om eigen werk (en dat van anderen) te dirigeren. Natuurlijk is een componist niet automatisch een goede dirigent, maar hij kan aan een orkest wel overbrengen hoe hij zijn werk heeft bedoeld. Mengelberg nodigde al snel een van zijn idolen uit: Richard Strauss. Strauss was toevallig wél een uitmuntende dirigent, die zijn meest ingewikkelde muziek heel eenvoudig kon laten klinken. Na een aantal dirigeerbeurten was Strauss zo op het orkest gesteld geraakt, dat hij beloofde zijn volgende orkestwerk aan het Concertgebouworkest en Mengelberg op te dragen. Dat werd Ein Heldenleben, dat om praktische redenen niet in Amsterdam ten doop werd gehouden, maar in Frankfurt. Een half jaar later, op 26 oktober 1899 speelde het Concertgebouworkest onder leiding van Mengelberg de Nederlandse première van hun cadeau.

De held uit Ein Heldenleben is Richard Strauss zelf. We horen hem in het stoere, zelfbewuste hoofdthema, dat meteen aan het begin van het werk klinkt. We horen ook zijn tegenstanders, de muziekpers als een bende kakelende zeurpieten. Zijn beminde echtgenote, de even grillige als bazige Pauline wordt uitgebeeld in een passage voor solo-viool, die uitmondt in een liefdesscène. In het volgende gedeelte trekt de held ten strijde; onder felle krijgsmuziek maakt hij korte metten met zijn vijanden. Na een glorieuze overwinning klinken verschillende citaten uit andere composities van Strauss: onder andere Don Juan, Tod und Verklärung en Also sprach Zarathustra komen voorbij als 'het werk van de held in vredestijd'. Na een terugblik op verschillende passages uit Ein Heldenleben, trekt de held zich terug, op zoek naar rust na een bewogen leven.

Het Amsterdamse publiek, dat al sinds Strauss' toezegging in 1897 door de pers hierop was voorbereid reageerde uitzinnig van vreugde, maar een gedeelte van diezelfde pers had zo zijn bedenkingen. Vooral de autobiografische inhoud vond men getuigen van verwaandheid. Desondanks is het stuk deel gaan uitmaken van het ijzeren repertoire van elk zichzelf respecterend symfonieorkest. Mariss Jansons, die u in deze opname aan het werk ziet, heeft een voorliefde voor Strauss' orkestwerk en Ein Heldenleben is een van zijn paradepaardjes. Hij dirigeerde het met het Concertgebouworkest 22 keer, onder andere tijdens zijn inaugurele concert op 4 september 2004, dat werd opgedragen aan Willem Mengelberg. De opname die u hier kunt bekijken is gemaakt tijdens een ander hoogtepunt uit de geschiedenis van het orkest: het 125-jarig jubileum op 3 november 2013.