Strauss Macbeth

"Haast je naar huis,
Dat ik mijn geest kan blazen in je oor,
En met mijn felle tong kan wégslaan
Al wat je afhoudt van die gouden band,
Waarmee het lot en bovenmenselijke machten
Jouw hoofd zo goed als zeker hebben gekroond."

Dit citaat uit Shakespeares Macbeth staat in de partituur van Richard Strauss' gelijknamige symfonische gedicht. Het is de bezwering die Lady Macbeth uitspreekt na het lezen van een brief van haar echtgenoot, die vertelt over zijn ontmoeting met de heksen en de voorspellingen die ze deden. Thaan van Cawdor zou hij worden, en daarna koning van Schotland. De eerste voorspelling kwam bijna meteen uit. Reden temeer om ernstig rekening houden met de tweede – zeker voor zijn eerzuchtige vrouw.

Strauss bekommerde zich niet om een gedetailleerde muzikale weergave van Shakespeares toneelstuk. Hij zou later pochen dat hij zelfs een glas bier in noten uit kon beelden, maar dat zelfvertrouwen had de componist als 22-jarige nog niet. Aangespoord door Alexander Ritter begaf hij zich met dit symfonisch gedicht voor het eerst op het terrein van de 'nieuwe muziek'. Het combineren van vorm en inhoud werd een worsteling. Maar liefst twee revisies waren nodig voordat hij tevreden was. Strauss beperkte zich uiteindelijk tot een weergave van de karakters van de Macbeths, man en vrouw, en goot dit in een vorm die sterk lijkt op een klassieke sonatevorm. Twee contrasterende thema's, die met elkaar stoeien in een doorwerking om daarna gewijzigd uit de strijd te komen: dat sloot goed aan bij de kern van Shakespeare's toneelstuk.

Bijna meteen aan het begin staat in de partituur 'Macbeth' (hier op 0:26). Het is stoere muziek, vol ambitie, passend bij de succesvolle generaal, die Macbeth aanvankelijk is. In de sonatevorm is dit het eerste thema. Lady Macbeths bovenvermelde citaat staat boven het tweede thema (2:43). Haar muziek is lieflijk en verleidelijk, maar later ook grillig en onverzettelijk.

Dit waren Strauss' enige aanwijzingen over het 'programma' van dit symfonische gedicht. Tot op de dag van vandaag bestrijden musicologen elkaar met tegenstrijdige interpretaties. Als we de sonatevorm volgen kunnen we een aantal momenten uit het toneelstuk identificeren, die u echter ook met een gerust hart naast u neer kunt leggen. In de doorwerking (4:49) spoort Lady Macbeth haar man aan om koning Duncan te vermoorden; haar aanvankelijk sussende muziek wordt steeds intenser en dwingender. De muziek bereikt een dramatisch hoogtepunt en stokt: de koning wordt doodgestoken (7:53). De kroningsmars van de Macbeths (8:30) is in driekwartsmaat, waardoor ze niet echt feestelijk overkomt. De recapitulatie laat de beginmuziek van de Macbeths weer terugkomen, maar nu ernstig vervormd: Macbeth (10:49) wordt geplaagd door geestverschijningen en begint gek te worden. Lady Macbeth (12:27) krijgt wroeging en pleegt zelfmoord (14:07). Macduff trekt tegen Macbeth ten strijde (16:25) en onthoofdt de onrechtmatige koning (17:22). De triomfantelijke fanfare van Macduff (19:13) maakt snel plaats voor een herinnering aan de vroegere glorie van Macbeth.