Musici van het Concertgebouworkest spelen aangrijpende kamermuziek bij de tentoonstelling Metamorphosen van het Rijksmuseum.
Over dit concert
Met Ovidius’ gelijknamige klassieker als leidraad brengt Metamorphosen – in samenwerking met Galeria Borghese in Rome – ruim tachtig topstukken samen uit musea en collecties van over de hele wereld, van Bernini, Titiaan, Correggio en Caravaggio tot Rodin, Brancusi, Magritte en Bourgeois. Bij de tentoonstelling organiseert het museum een reeks van vier concerten. Tijdens het slotconcert op 17 mei spelen musici uit het Concertgebouworkest Six Metamorphoses after Ovid van Benjamin Britten en Richard Strauss’ aangrijpende Metamorphosen in de versie voor zeven strijkers van Rudolf Leopold.
Strauss componeerde Metamorphosen in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog. Het werk (oorspronkelijk voor 23 strijkers) is een meditatie op vernietiging, herinnering en wedergeboorte. Een klaagzang om de verwoesting van de Duitse cultuur, en om de mensheid zelf.
In Strauss’ diep persoonlijke partituur wordt muzikale transformatie een metafoor voor rouw en vernieuwing: thema’s veranderen langzaam van gedaante, lossen op en keren terug in een nieuwe vorm. Brittens Six Metamorphoses (1951) zijn zes miniaturen voor hobo solo gebaseerd op personages uit Ovidius’ epische gedicht: Pan, Phaeton (de zoon van Apollo die te dicht bij de zon kwam), Niobe, Bacchus, Narcissus en Arethusa.
