Mariss Jansons was een van de meest vooraanstaande dirigenten ter wereld. Tussen 2004 en 2015 was hij chef-dirigent van het Concertgebouworkest. Na zijn afscheid benoemde het orkest hem tot conductor emeritus.

De Let studeerde viool en directie in Sint-Petersburg en deed vervolgstudies in Wenen en Salzburg bij Hans Swarovsky en Herbert von Karajan. In 1973 werd hij assistent van Jevgeni Mravinski bij het Sint-Petersburgs Filharmonisch Orkest.

Van 1979 tot 2000 was hij chef-dirigent van het Oslo Filharmonisch Orkest, dat hij groot internationaal aanzien gaf. Van 1997 tot 2004 stond Mariss Jansons aan het roer van het Pittsburgh Symphony Orchestra en vanaf 2003 was hij, tot zijn dood op 1 december 2019, chef-dirigent van het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks.

Als gastdirigent bij orkesten als de Berliner en Wiener Philharmoniker, het London Philharmonic Orchestra en de grote orkesten van de Verenigde Staten gaf hij wereldwijd vele concerten.

Onder leiding van Mariss Jansons werd het Concertgebouworkest in 2008 in het gezaghebbende muziektijdschrift Gramophone verkozen tot het beste orkest ter wereld. Na zijn vertrek als chef-dirigent in 2015 keerde hij het jaar daarop al terug als gastdirigent: in juni en juli met een bejubelde productie van Tsjaikovski’s Pique dame bij De Nationale Opera, in september met Mahlers Zevende symfonie. In 2017 leidde hij het orkest voor het laatst, met op het programma werken Sjostakovitsj, Rachmaninoff, Tsjaikovski en Liszt.