Quintijn van Heek werd geboren in Vlissingen en begon daar op zesjarige leeftijd met vioolspelen op de muziekschool, waarna hij vanaf zijn negende les kreeg van Coosje Wijzenbeek. Op elfjarige leeftijd vervolgde hij zijn studie aan Chetham’s School of Music in Manchester bij Jan Repko, en vanaf zijn vijftiende studeerde hij aan de Musica Mundi School in Waterloo, België, bij Leonid Kerbel.
In 2025 rondde Quintijn zijn bacheloropleiding aan het Conservatorium van Amsterdam af, waar hij studeerde bij Maria Milstein en zich daarnaast verdiepte in jazzimprovisatie bij Tim Kliphuis. Naast zijn klassieke repertoire ontwikkelt hij zich steeds verder op het grensvlak tussen klassiek en jazz, waarbij kamermuziek een belangrijke plaats inneemt.
In 2025 won Quintijn de Jonge Makers Prijs van het Nederlands Vioolconcours Oskar Back, nadat hij in 2024 bij hetzelfde concours de Performance Prijs had gewonnen, beide met eigen composities. In 2025 was hij concertmeester van het Musica Mundi Festival Orchestra en in 2026 lid van het Menuhin Gstaad Festival Orchestra.
Op dertienjarige leeftijd maakte Quintijn zijn solodebuut in Wienawski’s Légende met Het Zeeuws Orkest; sindsdien treedt hij regelmatig op als solist en in kamermuziekverband. In talrijke masterclasses en zomercursussen werkte hij met gerenommeerde musici als Ivry Gitlis, Maxim Vengerov, Gilles Apap, Alexandra Soumm en het Leipziger Strijkkwartet.