Verhalen

Interview

Klaus Mäkelä over de Matthäus-Passion

‘De Matthäus-Passion is een opwindende nieuwe stap’

ma 2 mrt 2026

Een bijzondere primeur: Klaus Mäkelä leidt Bachs Matthäus-Passion, in Het Concertgebouw én tijdens de Osterfestspiele in Baden-Baden. Hoe leeft hij toe naar zo’n iconisch werk dat bij mensen zoveel losmaakt? En welke aria zou hij het liefste zingen als hij een zanger was? We vroegen het aan onze toekomstige chef-dirigent.

eduardus_lee_20240502_RCO_Klaus_Mäkelä_031

Door Martijn Voorvelt - dit artikel verscheen in Preludium, het maandblad van het Concertgebouworkest en Het Concertgebouw.

Voor alles is een eerste keer. In mei 2025, tijdens het Mahler Festival, leidde Klaus Mäkelä voor het eerst Mahlers gigantische Achtste symfonie – met succes. Nu stapt de toekomstige chef-dirigent van het Concertgebouworkest in een andere grote orkesttraditie: hij pakt Johann Sebastian Bachs Matthäus-Passion op.

Hoe leef je daar naartoe?

‘Dit wordt het volgende station op een lange reis – nou ja, relatief lang – die ik heb afgelegd in de wereld van Bach. Als cellist heb ik heel vaak de Cellosuites gespeeld, en andere kamermuziek, zoals de Inventies voor viool en cello. Dat begon al toen ik een jaar of acht was, want voor cellisten is Bach echt kernrepertoire. Later, als dirigent, leerde ik graag van de verschillende uitvoeringspraktijken. Al gauw leidde ik een aantal van de vroege cantates, met verschillende koren. En de Orkestsuites – met moderne orkesten, maar toch zo veel mogelijk in oude stijl, iets waar ik erg van kan genieten. Een hoogtepunt was toen ik de kans kreeg de Mis in b klein te dirigeren in Oslo [in 2022, red.] en later ook in Parijs. Dat ik me nu in de grote Matthäus-traditie van het Concertgebouworkest mag voegen, is een opwindende nieuwe stap!’

‘Ik kijk er extra naar uit omdat het orkest deze muziek zo goed kent en aanvoelt. Niet dat het gemakkelijk is. De Matthäus-Passion bestaat uit veel verschillende stukken – koralen, aria's, recitatieven, instrumentale passages – met een breed palet aan gevoelsuitdrukkingen, van de kleinste, intieme momenten tot heel grootse, expressieve koralen. Hoe ik dat ga aanpakken? Dat weet ik wel ongeveer, maar het meeste werk gebeurt in de week van de uitvoeringen, dus ik kan daar nog niet veel over zeggen – er kan nog van alles gebeuren…’

Welke aria zou je het liefst zingen als je een zanger was?

‘Wat een leuke vraag – maar ook onmogelijk. Misschien een ongewoon antwoord, maar mijn hart ligt het meest bij het jongenskoor. Als de Matthäus begint hoor je eerst het openingskoor, dat zulke levendige en kleurrijke beelden oproept, vergelijkbaar met de grote schilderwerken uit de Renaissance. En als dan de kinderstemmen invallen is het net een lichtstraal van boven zoals in een schilderij van Rafaël – een ongelofelijk moment.’

Luister Matthäus-Passion live

De Matthäus-Passion door het Concertgebouworkest wordt op vrijdag 27 maart vanaf 19.00 uur door AVROTROS live op de radio uitgezonden via NPO Klassiek. Voor het concert in Baden-Baden op 30 maart zijn nog kaarten beschikbaar.

Mijn hart ligt het meest bij het jongenskoor

Hoe komt het dat deze muziek ons nog steeds zo aanspreekt?

‘Ze biedt een universele basis voor zelfreflectie. De existentiële problemen van de mens zijn namelijk dezelfde als driehonderd jaar geleden; een meesterwerk als de Matthäus-Passion leert ons ermee om te gaan. Het stuk vertelt een verhaal dat ons een spiegel voorhoudt, en tegelijkertijd rijk is aan symboliek. De muziek is vaak ontroerend en kan veel troost bieden, maar ze bevat ook heel heftige, bijna choquerende momenten. Het is gewoon een onsterfelijk kunstwerk, dat nooit uit de mode raakt. Het heeft niets aan kracht verloren – integendeel: met iedere uitvoering krijgt de muziek meer betekenis.

Als je naar een Bach-Passie gaat, ga je niet zomaar naar een concert. Je wordt meegenomen op een reis. Ik hoop althans dat de mensen ons toestaan hen mee te nemen; gedurende het hele concert zullen we voor ze zorgen en ik hoop dat ze gelouterd naar buiten gaan. De Matthäus-Passion is een ritueel. En nergens is dat meer het geval dan in Nederland! Ik vind de Passietraditie hier heel ontroerend, en ik voel me enorm vereerd en dankbaar dat ik deel mag uitmaken van dat erfgoed.’

Recent bracht de Willem Mengelberg Society een prachtig gerestaureerde opname uit van de Matthäus-Passion zoals die in 1939 werd uitgevoerd door het Concertgebouworkest onder zijn toenmalige chef-dirigent.

‘Ik kan daar erg van genieten. Ik heb mijn eigen ideeën over hoe je deze muziek zou moeten uitvoeren, maar soms zijn we zo gefixeerd op onze eigen ideeën dat we niet kunnen zien waarom anderen het heel anders doen. Inmiddels zijn er dirigenten als John Eliot Gardiner en Nikolaus Harnoncourt geweest en kost het moeite om nog mee te gaan in Mengelbergs romantische benadering, maar hij was volkomen oprecht en had heel goede redenen om de Matthäus zo uit te voeren. Zo’n opname doet je weer eens beseffen dat we meer open moeten staan voor mensen die dingen anders doen dan jij. Ze volgen hun intuïtie en stoppen er veel denkwerk in, en ook als het niet jouw ding is, kan het je toch inspireren.’

Preludium

Hét magazine voor liefhebbers van klassieke muziek

preludium banner orkest mrt26

‘We moeten meer openstaan voor mensen die dingen anders doen’

Klaus Mäkelä leidt de Matthäus-Passion ook tijdens de Osterfestspiele in Baden-Baden, waar het Concertgebouworkest onder zijn leiding de Berliner Philharmoniker opvolgt als orkest in residence.

‘Afgelopen jaar trad ik voor het eerst op het festival op: met de Berliner Philharmoniker voerde ik Richard Strauss’ Eine Alpensinfonie uit. Ik ben extra lang gebleven, want het is een geweldig festival op een unieke, historische locatie. Beroemde schrijvers en kunstenaars hebben in Baden-Baden rondgelopen, Pierre Boulez woonde er tot zijn dood. En ze hebben die gigantische zaal, het Festspielhaus. Er komt een heel gretig publiek op af. Dat we nu daar het werk van de Berliner Philharmoniker mogen voortzetten is dus ontzettend eervol, maar ook best een uitdaging!’

‘Dit soort meerjarige residencies zijn erg belangrijk, omdat verbintenissen voor langere termijn leiden tot verdieping. In zekere zin zie ik het als de toekomst van het touren. Natuurlijk zullen we ook altijd wel eenmalige concerten in andere zalen geven, maar pas als je langere tijd op één plek doorbrengt krijg je een relatie met die stad en de mensen, ga je deel uitmaken van de gemeenschap. En dan kun je een compleet andere ervaring bieden dan alleen een eenmalig concert: je hebt een veel groter canvas. Je hoeft je dus niet meer te beperken tot een miniatuur, je geeft de mensen een groot, rijk schilderij.’

eduardus_lee_20240502_RCO_Klaus_Mäkelä_031