Koninklijk Concertgebouworkest
Koninklijk Concertgebouworkest

Beethoven Symfonie nr. 5

Het lot van een symfonie

Dat de Vijfde symfonie van Ludwig van Beethoven voor menigeen als oermodel aller symfonieën stand houdt, hoeft geen betoog. De partituur - opgedragen aan Graaf Razoemovski en Prins Lobkowitz - steunt op een uiterste minimum aan thematisch materiaal, is tegelijk massief breedvoerig en borrelt van ritmische energie en emotionele vergezichten. De eerste uitvoering, op 22 december 1808 in het Theater an der Wien, staat geboekstaafd als één van de meest memorabele gala-avonden ooit. De winter was bitterkoud, de zaal onverwarmd. De voorbereiding van orkest en zangers was ondermaats en de solosopraan leed aan permanente plankenkoorts. Op de lessenaar stonden daarenboven de onwennige partituren van Beethovens Zesde symfonie en verder twee concertaria’s, twee delen uit de Mis in C, het Vierde pianoconcert en tot slot de Koorfantasie. Alsof dat nog niet genoeg was, gaf de componist tussendoor ook enkele uitvoerige piano-improvisaties ten beste. Met deze marathon van vier uur nieuwe muziek van één componist werd de aandacht van het publiek in pijnlijke omstandigheden danig op de proef gesteld. Maar het optreden was zonder meer een statement. Op zijn creatieve hoogtepunt bevestigde Beethoven zijn reputatie in het kwadraat.

The Fate of a Symphony (Olga Scholten, 2016)
The Fate of a Symphony (Olga Scholten, 2016)

Simultaan meerdere composities creëren, was voor hem niet abnormaal. De vroegste schetsen voor de Vijfde symfonie zouden al een decennium eerder, rond 1800, zijn ontstaan. Tussen 1804 en 1808 beitelde Beethoven met tussenpozen, en in beslag genomen door tal van andere composities, verder aan wat vandaag bekend staat als de meest populaire en gebalde bladzijden uit het klassieke orkestrepertoire. Voor het eerst kregen trombones een plaats in de symfonische orkestbezetting. Voor het eerst werd de variatietechniek toegepast op twee hoofdthema’s. Voor het eerst vloeide het muzikale verloop van het voorlaatste en laatste deel als één ononderbroken spanningslijn in elkaar over. Maar de hoofdreden waarom ‘de Vijfde’ exemplarisch werd voor de wijze waarop Beethoven aan het begin van de negentiende eeuw de bakens van de klassieke muziek verzette, schuilt in de beroemdste vier noten uit de westerse muziekgeschiedenis: het kort-kort-kort-lang-motief waarmee de symfonie begint. De benaming ‘noodlotsmotief’ of ‘klop-motief’ komt van de uitspraak ‘het noodlot klopt aan de deur’, woorden die Beethovens secretaris en eerste biograaf Anton Schindler uit de mond van de meester zou hebben opgetekend maar waarvan de oorspronkelijkheid nooit is bewezen.

Feit is dat deze symfonie niet enkel favoriet blijft bij zowat alle symfonieorkesten ter wereld maar ook een onuitputtelijke bron blijkt die zich duurzaam vernieuwt. Dankzij disco-, funk- of hip-hopbewerkingen, ringtones of midi-versies van Microsoft, dankzij Hollywood en zelfs de Simpsons zijn de beginmaten van Beethovens Vijfde symfonie ver buiten de grenzen van de klassieke muziekwereld een eigen leven gaan leiden. Niet in het minst verwierf hetzelfde noodlotsmotief historische weerklank als propagandamiddel door de nazi’s en vooral als verzetssymbool door de geallieerden. De BBC begon steevast haar Free France-oorlogsuitzendingen met Beethovens klanken als morsecode voor de letter V (Victory). Aardige bijkomstigheid is dat de hoofdletter V ook kan worden gelezen als het getal vijf.

Meer dan alleen de eerste vier noten staat de complete symfonie garant voor steeds wisselende benaderingen en uitvoeringen. Sommigen brengen het hamerende karakter in verband met Beethovens toenemende hardhorigheid en sociale isolement. Anderen verklaren de evolutie van het bewuste motief als een theatraal personage dat telkens in een andere context wordt geplaatst, een evolutie waarin standvastigheid triomfeert over het noodlot. Nog anderen ontwaren in de martiale accenten de heroïsche toon van Franse revolutionaire strijdliederen. Strijdlust was de tijdgeest in elk geval niet vreemd. Europa zuchtte onder het oprukkende geweld van Napoleons troepen. Allianties werden even vlot gesmeed als verbroken. De Spanjaarden, Portugezen en Britten boden verzet maar in 1808 zette Napoleon zijn broer Joseph op de Spaanse troon. De Zweden schaarden zich aan de zijde van de Engelsen. De Russen waren eerst bondgenoten, dan weer vijanden van Frankrijk. Ook de Turken en de Perzen mengden zich in de revolte. De schreeuw om vrijheid en onafhankelijkheid weerklonk binnen én buiten de Europese grenzen: in het felle verzet tegen Napoleon Bonaparte, in de wetten van het Britse parlement tegen de slavenhandel, in het verbod tegen de invoer van slaven in de Verenigde Staten en in de oproer van Latijns-Amerikaanse landen tegen het verzwakte Spanje.

Alle onheil ten spijt, Beethoven repte met geen woord over filosofische of dramatische betekenissen in zijn veelbesproken symfonie. Zijn tijdgenoot Ernst Theodor Amadeus Hoffmann beschreef Beethoven in een invloedrijke recensie van diens Vijfde symfonie als een door en door romantische toondichter omdat zijn muziek ‘een mechanisme in gang zet van ontzag, angst, verschrikking en pijn. Ze is doordrongen van dat onophoudelijk verlangen dat de essentie van romantiek is’. Het is vandaag niet overdreven te stellen dat Beethovens Vijfde voor elk tijdvak een boodschap in petto heeft en even onverwoestbaar is als de kracht die in de eerste vier noten schuilt.

Dit kernmotief brengt een ritmisch patroon tot stand dat het hele eerste deel beheerst. Zelfs het korte melodische thema wordt erdoor begeleid. Door zijn onafgebroken aanwezigheid is het motief een muzikale kiemcel, een leidende gedachte die de spanning aanhoudt vanaf de eerste suggestieve inzet tot aan het verbeten slot. Het laat verder in elk deel zijn indruk achter en zorgt zo voor de motivische eenheid die het compositorische credo van de symfonie uitmaakt. Dit zogenoemde cyclische principe is zelden zo bewust en consequent toegepast.

Het Andante con moto slaat met minzame berusting een nieuw pad in. Altviolen en cello’s  zetten het hoofdthema in. Nadat achtereenvolgens de houtblazers en de violen de fakkel overnemen, wordt de verdere uitwerking belichaamd door een aantal variaties, afwisselend plechtig, triomfantelijk, mijmerend, blijmoedig marcherend en jubelend. Uit een sluipend basthema stijgt het Scherzo op. In de hoorns schalt opnieuw het noodlotsmotief. Beide elementen eisen beurtelings de hoofdrol op in de verdere ontwikkeling. Enkel een grotesk dansintermezzo van cello’s en contrabassen lijkt het lot te tarten. Zonder onderbreking, onder een sinister gefluister, breekt dan de dramatisch spannende finale door. Een machtig crescendo zet de deuren van het klankbeeld wijd open. Beethoven heeft de meest geprononceerde instrumenten als  apotheose voor dit deel bewaard: trombones, contrafagot en piccolo worden voor het allereerst in het orkest geïntroduceerd. De symfonie bereikt een hamerende, passionele schreeuw, een laatste herinnering aan het bekende motief, waarna alle instrumentengroepen ongehinderd hun volle kracht in een briljant slot uitroepen.

Koen Kleijn