Herinneringen aan Nikolaus Harnoncourt

Persoonlijke herrineringen van orkestleden aan Nikolaus Harnoncourt.

Midsummernightsdream (foto: Ronald Knapp)
"Hij deinsde er niet voor terug met pet en Hawaï-shirt op het podium te staan." - Arndt Auhagen; Scène uit Midsummernightsdream (© Ronald Knapp)

 

Arndt Augahen (foto: Jouk Oosterhof)

Nikolaus Harnoncourt heeft ons als wellicht geen ander geleerd de muziek te spelen zoals is bedoeld door de componist. Je volgde hem op zijn liefdevolle zoektocht naar het meest diepe en oprechte in de muziek. Harnoncourt was er strikt tegen om het zo te doen ‘wie es doch überall gespielt wird’, evenmin ging het hem om het dogmatisme van sommige ‘specialisten’ in Oude Muziek – hij zocht naar het ware wat de muziek uitdrukte, onafhankelijk van bepaalde modes en altijd zonder compromis. Naast de memorabele Szenen aus Goethes Faust van Schumann en de Missa Solemnis van Beethoven herinner ik me in het bijzonder  de geënsceneerde uitvoeringen van Ein Sommernachtstraum van Mendelssohn waar hij er niet voor terugdeinsde met pet en Hawaï-shirt op het podium te staan. De Vijfde symfonie van Bruckner met hem was een openbaring, ik hoorde er dingen in die ik eerder nooit had waargenomen. We hebben zo ontzettend veel van hem mogen leren, met hem gingen wij nog meer van de muziek houden. Hij heeft ons vak nog mooier gemaakt. 

- Arndt Auhagen, tweede viool

Gregog Horsch (foto: Jouk Oosterhof)Bij Harnoncourt was iedere repetitie een les in orkestspel en interpretatie. Elke musicus kreeg exacte speelaanwijzingen en veel stemmen werden apart gerepeteerd zodat uiteindelijk iedereen betrokken was bij Harnoncourts persoonlijke visie op het gespeelde werk.

Met zijn fantasievolle, intelligente beeldspraak en met zijn tomeloze energie en toewijding ging hij steeds weer op zoek naar de uiterste mogelijkheden van elke musicus. Op die manier was elk concert een spannend avontuur en kwam het orkest tot ongekende prestaties. Wij verliezen een onvervangbare leraar, mentor en inspirator.

- Gregor Horsch, solocello

 

 

Ronald Karten (foto: Jouk Oosterhof)“Wunderbar, aber es ist zu laut,” was een bekende uitspraak van Harnoncourt. Hij was een groot musicus en een dirigent die het orkest kon overtuigen om iets op een heel andere manier te spelen dan men gewend was. Met zijn ogen priemde hij door het orkest heen, maar door zijn liefde voor en zijn band met de musici kreeg hij veel voor elkaar. Hij is van onschatbare waarde geweest voor ons orkest en voor de uitvoeringspraktijk van (oude) muziek in het bijzonder. We zullen hem missen.

- Ronald Karten, fagot

 

 

 

 

Jos de LangeNikolaus Harnoncourt zag muziek als een (hogere) klanktaal: tonen zijn hogere woorden. Als een dirigent de regisseur bij een orkest is, die de uitspraak en de betekenis van die woorden en zinnen vormgeeft, dan is Harnoncourt eigenlijk onze enige dirigent geweest.

Hij leerde ons wat een sourdine is (“Geen demper! U kunt toch wel zacht spelen.”), waar je vibrato kunt gebruiken en waar vooral niet (“U speelt zo mooi, u heeft toch geen vibrato nodig.”), waarom het einde van een frase geen dreun nodig heeft ook al valt die op de eerste tel van een maat. Bij niemand anders moesten we zo zacht spelen (“Anders laat u het maar weg.”), maar ook soms zeer sterk; met behoud van balans, want veel noten en bogen hebben een natuurlijk diminuendo. Hij was allergisch voor een exacte speelwijze (“Geen twee zestienden in een stuk zijn gelijk. Speelt u een zeventiende.”). Gelijk spelen was geen doel op zich, de expressie kwam eerst. Timing was cruciaal: hij heeft ons geleerd hoe triolen te spelen in een Bruckner-symfonie en wat het verschil is tussen sf, fp en een accent. En altijd vertelde hij erbij waarom, en liet de handschriften van Bach, Mozart en Schubert zien. Hij leeft in ons musiceren voort.

- Jos de Lange, fagot

 

Roland Krämer (foto: Jouk Oosterhof)Worte können nie Recht tun, diesen grossen Mann und Künstler zu beschreiben. Die Musikwelt und das Concertgebouw Orchester haben ihm unglaublich viel zu verdanken, und ich als Individuum noch unendlich viel mehr. Musik wurde durch ihn zur ‘grossen Marmelade’, aus den Fagotten musste ‘grüner Dampf’ aufsteigen, seine Bildsprache war hilarisch, effektiv und einzigartig. Der Klang der modernen Instrumente war für ihn immer zu laut, genauso wie gezupfte Stahlsaiten und fälschlicherweise betonte Schlussnoten. Er war das ultieme Vorbild dafür, wie man als Musiker mit Musik umzugehen hat. Niemals hat jemand ‘recht’ in der Musik – dennoch wusste er uns jedesmal wieder wieder von seinen Ideen zu überzeugen. Die Arbeit mit ihm war anstrengend und auf dem höchst denkbaren Niveau, aber auch immer geprägt durch Kollegialität und von einer wunderbaren Harmonie. Niemals habe ich einen wahrhafteren Dirigenten und Musiker miterlebt als in dieser Zusammenarbeit. Die Welt hat eine einzigartige Persönlichkeit verloren, aber ich finde Trost in dem Gedanken, daß es dieses Genie überhaupt gegeben hat, und wir Zeuge davon sein durften.

- Roland Krämer, altviool

 

Henriette Luytjes (foto: Jouk Oosterhof)De samenwerking met Harnoncourt speelde zich af in een constante dialoog. Van een traditionele hiërarchische verhouding was in het geheel geen sprake. Wij waren immers musici onder elkaar! Harnoncourt wist weliswaar precies hoe hij het wilde laten klinken, maar uiteindelijk was er altijd ruimte en respect voor wat er van nature uit het orkest kwam. Zijn slagtechniek liet hier en daar soms te wensen over, maar dat interesseerde hem niet en ons eigenlijk ook niet, want er kwam zóveel voor in de plaats. Muziek maken met Harnoncourt zal in mijn geheugen voor altijd gegrift staan als de mooiste orkestmomenten ooit.

- Henriette Luytjens, eerste viool

 

 

 

Jeroen Quint (foto: Jouk Oosterhof)Nikolaus Harnoncourt: mijn beste muziekleraar, geniaal musicus met een uniek verantwoordelijkheidsgevoel, wars van de welig tierende wansmaak in een steeds irrelevanter wordend muzieklandschap. Terwijl anderen muziek misbruiken om hun ego's te bevredigen, gaf u ons de muziek terug. U begreep dat waarlijk goede muziek van zichzelf charismatisch is en nooit is gebaat bij solipsistische uitvoeringen. U legde ons uit waarom, en wees elke onwaar(achtig)heid terecht af. Ik voelde me elke keer dat ik met u mocht werken dankbaar, wijzer en muzikaal herboren. Een diepe buiging, alleen voor u, uit respect voor de muziek die u met ons deelde.

- Jeroen Quint, altviool

 

 

 

Nienke van Rijn (foto: Jouk Oosterhof)Wat mij het meeste is bijgebleven van Harnoncourt, is dat hij altijd bij een eerste repetitie van bijvoorbeeld Mozarts Veertigste symfonie, al het hele stuk volledig uit elkaar haalde, de bouwstenen loswrikte en alles bij wijze van spreken defragmenteerde. Speelden we een bepaalde passage met een bepaalde streek of frasering omdat we dat gewoon zo gewend waren, dan stond hij op de bok met die grote, grote ogen: “Aber nein, meine Damen und Herren! So geht's ja nit! Sie sollen das hier spielen als ob sie es zum ersten Mal im Leben hören und ihr Leben davon abhängt, gel? Es muß kein Sessel trocken bleiben!” En dan was het net of niemand van ons meer wist hoe je je instrument ook weer moest vasthouden en hoe we ook weer zo'n stuk moesten spelen. Per noot en per frase werd alles weer opgebouwd tot Herr Nikolaus tevreden was en zag dat het goed was.

- Nienke van Rijn, eerste viool

 

Caroline Strumphler (foto: Jouk Oosterhof)Als het orkest even wacht voor het slotakkoord tikt Harnoncourt af en roept: “Was warten Sie denn da, spielen ’s einfach weiter, machen Sie doch bitte nicht immer diese Amsterdammer Verstopfung!” Hij zingt de laatste frase voor en houdt stil voor het slotakkoord waarbij hij een gepijnigd gezicht trekt. Harnoncourt tikt af en roept ons wanhopig toe: “Kurz! spielen Sie kurz, ich hab das doch gestern noch extra angesagt!”

Ik: “Entschuldige Herr Harnoncourt aber ich habe gestern Legatobögen in meine Noten eingetragen weil Sie darum gebeten haben...”

Harnoncourt: “Was hab ich denn mit meinem Geschwätz von gestern zu tun, ich bin doch überhaupt nicht mehr der gleiche Mensch, seit gestern haben sich mindestens 60.000 meiner Zellen erneuert.”

- Caroline Strumphler, tweede viool

 

Eva Smit (foto: Jouk Oosetrhof)Tijdens een repetitie van een opera van Mozart begin jaren negentig in de Stopera, kreeg de regisseur een woede-uitbarsting. De sfeer was om te snijden. Enkele orkestleden uitten hun verontwaardiging over het gedrag van de regisseur. Hierop vroeg Harnoncourt gedecideerd: “Bent u nooit woedend?”

- Eva Smit, altviool