Mahler Symfonie nr. 1

Als je luistert naar Gustav Mahlers Eerste symfonie, is het moeilijk voor te stellen dat deze jeugdige, schijnbaar spontane muziek een moeizame bevalling was voor de componist. Zoals alle moderne componisten van zijn tijd kon Mahler zich niet onttrekken aan de rage van het symfonisch gedicht. Tegelijkertijd wilde hij ook laten zien dat hij als puur symfonicus zijn mannetje stond. Wat ontstond was een hybride vorm, symfonie én symfonisch gedicht, waar Mahler nog spijt van zou krijgen.

Het 'Symfonisch gedicht in twee delen' dat in 1889 onder Mahlers leiding in Boedapest voor het eerst werd uitgevoerd, bevatte vijf deeltjes:

Deel I:
Introductie en Allegro con moto
Andante
Scherzo

Deel II:
À la pompes funèbres
Molto appassionato

De première was een mislukking: pers en publiek vonden het werk onevenwichtig en de stemmingswisselingen te extreem. Het ontbreken van een duidelijk programma of titel was één van de belangrijkste oorzaken van het onbegrip. Voor een concert in Hamburg in 1893 voegde Mahler daarom de nog altijd vaak gebruikte titel 'Titan' toe aan het werk. 'Titan' was de titel van een roman van de populaire schrijver Jean Paul, die Mahler zeer bewonderde. Vooral Roquairol, een Werther-achtig personage uit het boek, maakte veel indruk op hem. De afzonderlijke delen kregen beschrijvende titels:

Deel I. Aus den Tagen der Jugend
Frühling und kein Ende. Einleitung und Allegro comodo
Blumine (Blumenkapittel). Andante
Mit vollen Segeln. Scherzo

Deel II. Commedia umana
Gestrandet! Ein Totenmarsch in Callots Manier
Dall'Inferno. Allegro furioso

De ontvangst was ditmaal warm, maar de uitvoering in 1894 in Weimar was toch weer minder succesvol. Omdat Mahler zelf niet goed kon uitleggen hoe de muziek zich nu precies verhield tot het boek, zaaide hij er voor zijn gevoel alleen maar verwarring mee. In 1896 besloot hij daarom af te zien van alle omschrijvingen en titels. Bovendien schrapte hij Blumine (dat bij nader inzien toch té zoet was), waarmee er vier delen overbleven. De titel: Symfonie in D majeur

I. Langsam, schleppend (Wie ein Naturlaut) – Im Anfang sehr gemächlich
II. Kräftig bewegt, doch nicht zu schnell – Trio. Recht gemächlich
III. Feierlich und gemessen, ohne zu schleppen
IV. Stürmisch bewegt

Desondanks lijkt er sprake van een programma. Zo zijn er twee opvallende citaten uit Mahlers eigen liedcyclus Lieder eines fahrenden Gesellen: Ging heut Morgen übers Feld (4:39) in het eerste en Die zwei blauen Augen (31:51) in het derde deel. De teksten van deze liederen over een ongelukkige liefde, waren van de hand van de componist, die ooit zelf in een dergelijke situatie was beland. Daaruit zou je kunnen concluderen dat de Eerste symfonie over Mahler zelf gaat. Veelzeggend is vooral het citaat in de treurmars in het derde deel: in de cyclus is Die zwei blauen Augen het laatste lied, waarin de (anti-)held zijn liefde eindelijk opgeeft en rust vindt onder een lindeboom. Dat in de symfonie daarna het vierde deel met een wanhoopskreet losbreekt, duidt aanvankelijk op blijkbaar niet geheel verwerkt verdriet.

Maar aan het eind komt het toch goed; de finale eindigt in grote triomf. Je zou kunnen zeggen dat Mahler hiermee zijn eerdere liedcyclus relativeert, of dat hij zijn muzikale autobiografie uitbreidt met de laatste stand van zaken. Een update, als het ware.