Mahler Symfonie nr. 3

Net als Beethoven maakte Gustav Mahler lange wandelingen in de natuur om dagelijkse beslommeringen van zich af te schudden en inspiratie op te doen, maar in tegenstelling tot Beethoven werkte Mahler bijna het hele jaar als dirigent, en hij moest het componeren uitstellen tot de zomervakantie. Ver weg van de grote stad componeerde hij dan in midden in de natuur, geïsoleerd van alles wat hem kon afleiden. Ten tijde van de Derde symfonie (1893-96) was dat in Steinbach aan de Attersee, waar hij een componeerhuisje had laten bouwen.

Waar in zijn eerste twee symfonieën de natuur voor inspiratie zorgde, was in zijn Derde symfonie de schepping zelf het onderwerp. Hoewel beschrijvingen van de afzonderlijke delen sinds de allereerste schetsen vele malen zouden veranderen en later zelfs geheel zouden worden geschrapt, bleef het oorspronkelijke idee van ‘de creatie van complete wereld’ in deze symfonie ongewijzigd. De oorspronkelijke titels van de delen geven een indicatie van het programma achter de symfonie. Het eerste deel heeft een aantal namen gehad: ‘Pan ontwaakt’, ‘De zomer doet zijn intrede’ en ‘Stoet van Bacchus’, die gezamenlijk de sfeer van dit deel goed samenvatten. Het is een luidruchtig deel, waarin schoonheid bijzaak lijkt te zijn; hier zijn oerkrachten aan het werk. De duisternis wordt overwonnen door het licht door een samenspel van platte fanfares en de nobele muziek van de natuur.

Het tweede deel ‘Wat de bloemen in de wei me vertellen’ is een lieflijk menuet dat werd geïnspireerd door de bloemenzee rondom zijn componeerhuisje. Na de flora is in het derde deel de fauna aan de beurt. Dit scherzo met de ondertitel ‘Wat de dieren in het bos me vertellen’ is gebaseerd op een van Mahlers Wunderhorn-liederen, ‘Ablösung im Sommer’, waarin een nachtegaal na het overlijden van de koekoek de honneurs waarneemt. De onstuimige dierenwereld verstilt na verloop van tijd om plaats te maken voor een prachtige solo voor posthoorn, waarna de dieren in doodsangst vluchten bij de confrontatie met een mens.

Deze mens staat letterlijk centraal in deel vier, ‘Wat de mens me vertelt’; Mahler voegde hiervoor net als in zijn Tweede symfonie een alt aan de orkestbezetting toe. Haar tekst, het ‘Drinklied’ uit Friedrich Nietzsches ‘Also sprach Zarathustra’, is een nachtelijke meditatie over het geheim van de wereld, haar verdriet en vreugde.

In het vijfde deel ‘Wat de engelen me vertellen’ breekt de morgen aan met klokgelui. De mens zoekt verlossing bij de engelen. Hun advies - ‘bidt tot god en houdt altijd van Hem, dan is hemelse vreugde je deel’ - wordt bewaarheid in het verheven zesde deel, ‘Wat de liefde me vertelt’. Deze hymne-achtige finale eindigt in een stralende apotheose.

Met deze zes delen duurt de Derde symfonie al bijna twee uur. Het is daarmee Mahlers langste symfonie en één van de langste stukken in het concertrepertoire. Toch wilde Mahler oorspronkelijk het stuk nog een zevende deel geven, gebaseerd op het Wunderhornlied ‘Das himmlische Leben’. Hij kreeg een beter idee: het zou de basis worden voor zijn Vierde symfonie.