Mahler Symfonie nr. 5

Het langzame vierde deel van Mahlers Vijfde symfonie, het Adagietto, speelde een belangrijke rol in de beroemde film Dood in Venetië van Luchino Visconti, uit 1971. Visconti was behalve filmmaker een begenadigd regisseur van opera, en hij koos Mahlers muziek om een belangrijke extra laag in de film aan te brengen.
Dood in Venetië is gebaseerd op de novelle van Thomas Mann uit 1912 over een schrijver, Gustav von Aschenbach, die in Venetië geobsedeerd raakt door de absolute schoonheid van een Poolse jongen en vervolgens aan dat verlangen (en de cholera) ten ondergaat. Visconti maakte van de hoofdpersoon in de film een componist en van zijn acteur, Dirk Bogarde, maakte hij het evenbeeld van Gustav Mahler. Hij voegde scènes toe waarin de componist speelt met zijn vrouw en twee dochtertjes, waarvan er vervolgens één overlijdt, zoals dat in Mahlers leven ook was gebeurd.

Geluk

In de film illustreert de muziek Aschenbachs gevoelens en gedachten. Visconti maakte aldus van het Adagietto een lied van melancholiek verlangen, van nauwelijks bestorven verdriet en van onzekere, diepe gevoelens. Zó leeft dat Adagietto voort, en dat is heel merkwaardig, omdat het ontstond in een tijd waarin de componist juist buitengewoon gelukkig was. Hij was nét getrouwd met Alma, een eerste kind was op komst.

De symfonie was wel al aangevangen in de zomer van 1901, vóór Mahler Alma Schindler ontmoette, maar de voltooiing vond plaats in de zomer van 1902, de wittebroodsweken van het echtpaar. Alma vermeldt in haar memoires dat zij in de villa in Maiernigg arriveerden met in de bagage ‘schetsen van de Vijfde symfonie, twee delen voltooid, de andere alleen in schets.’ Eind augustus was alles klaar. Mahler leidde Alma plechtig aan de arm naar zijn werkhuisje en speelde haar daar de hele symfonie voor. Hij droeg de partituur op aan zijn ‘lieve Almscherl’.

‘Werken met Mahler is een ramp’

In de zomer van 1903 sloot Mahler een contract voor 10.000 gulden met Henri Hinrichsen van uitgeverij C.F. Peters, maar het zou nog lang duren voor de partituur definitief was uitgewerkt. Hinrichsen en Mahler wilden wachten tot na de eerste uitvoering in 1904 en dus bleef Mahler aan de noten werken. Er kwam maar geen definitieve versie beschikbaar. De assistent van Hinrichsen, Otto Singer, verloor zijn geduld: ‘Werken met Mahler is een ramp. Van de ene dag op de andere verandert hij van mening over noodzakelijke correcties, hij accepteert wat hij eerst had afgewezen, zonder er goed over na te denken, zonder te luisteren naar mijn zorgvuldige suggesties. Van de laatste twee delen vond hij dat elke noot precies op de juiste plek stond en tóch is hij daar weer heel veel in gaan veranderen.’

Kudde schapen

De première vond uiteindelijk plaats in Keulen, in oktober 1904. De repetities verliepen redelijk, maar Mahler was in de greep van grote onzekerheid. Alma was ziek, en kon er niet bij zijn. Mahler schreef haar: ‘Alles ging acceptabel. Het Scherzo is een verschrikkelijk deel! Het gaat een lang en gekweld bestaan tegemoet! Dirigenten over vijftig jaar zullen het te snel nemen en er een bende van maken, en de luisteraars… o, hemel! Wat moeten zij wel niet denken van die chaos, waar het ene moment een nieuwe wereld wordt geboren die het volgende moment alweer verwoest wordt… van deze oer-geluiden, deze kolkende, schreeuwende, allesverwoestende zee, die dansende sterren, die ademloze, glanzende, fonkelende golven? Hoe kan een kudde schapen anders doen dan blaten, als ze dit ‘Etherische Feest van het Lied’ horen? O, ik wou dat ik mijn symfonie vijftig jaar na mijn dood kon dirigeren!’ Direct na de première in Keulen vertrok Mahler naar Amsterdam, waar hij dezelfde maand voor het eerst zijn Vierde symfonie zou dirigeren. De partituur van de Vijfde nam hij mee.

Mengelberg

In maart 1906 zou Mahler in het Concertgebouw ook zijn Vijfde dirigeren. In de partituur uit het persoonlijk bezit van Willem Mengelberg, die voor het concert in 1906 werd gebruikt, staan allerlei technische en inhoudelijke aantekeningen, en ook een romantische.
Het Adagietto kreeg van Mahler de aanwijzing sehr langsam; hijzelf en Mengelberg voerden het in zeven minuten uit. Latere dirigenten namen het langsam echter soms extreem op; Mariss Jansons deed het in 2008 in negen minuten, Von Karajan en Abbado in bijna twaalf. Net als in Visconti’s film krijgt het daardoor een tragisch, slepend karakter, terwijl dat niet de bedoeling was: Willem Mengelberg noteerde dat het Adagietto een pure liefdesverklaring aan Alma was; hij zei ook dat de melodie van de eerste violen geïnspireerd was op een gedichtje van Mahler voor zijn vrouw:

Wie ich dich liebe, Du meine Sonne,
ich kann mit Worten Dir's nicht sagen.
Nur meine Sehnsucht kann ich Dir klagen und meine Liebe.

Mijn zon, hoe veel ik van je houd
kan ik je met woorden niet zeggen.
Ik kan alleen maar onder mijn verlangen en mijn liefde lijden.

Koen Kleijn