Koninklijk Concertgebouworkest
Koninklijk Concertgebouworkest

Strauss Also sprach Zarathustra

Op 30 oktober 1898 voerde het Concertgebouworkest Richard Strauss’ Tod und Verklärung uit. Tijdens hetzelfde concert trad Strauss op als dirigent van een tweede eigen werk, 'Also sprach Zarathustra'.

Nietzsche

'Zarathustra' werd gecomponeerd in 1896. De inspiratie was Friedrich Nietzsches beroemde filosofische traktaat, 'Also sprach Zarathustra. Ein Buch für Alle und Keinen' (1883–1885) ('Aldus sprak Zarathustra. Een boek voor Allen en Niemand.'). Strauss dirigeerde zelf de eerste uitvoering, op 27 november 1896 in Frankfurt.

Het boek is een serie allegorische parabels over het leven van de legendarische profeet Zarathustra (Zoroaster), vervat in 80 korte episodes, als een evangelie. Ze eindigen allemaal met '… aldus sprak Zarathustra'. De profeet fungeert, natuurlijk, als het doorgeefluik voor Nietzsches eigen gedachten over de ontwikkeling van de mens, op weg naar het hoogste spirituele niveau. Strauss 'vertaalde' het boek door de titels van acht hoofdstukjes te gebruiken voor acht verschillende muzikale segmenten. Ze worden voorafgegaan door een majestueuze proloog, waarin vier trompetten een heroïsche zonsopgang aankondigen. Die openingsfanfare werd wereldberoemd toen Stanley Kubrick het gebruikte voor zijn film '2001: A Space Odyssey' uit 1968.

Kubrick

Dirigent Marin Alsop schreef over deze 'Zarathustra-proloog' in 'Alsop Sprach Zarathustra: Decoding Strauss's Tone Poem' (2012): 'Het stuk begint ergens diep onderin het orkest, bijna buiten het bereik van het menselijk gehoor. Dan komen de trompetten, unisono, en ze spelen een fanfare-achtige figuur, gebaseerd op volmaakte intervallen. Die volmaakte intervallen geven het idee van mogelijkheden, en grootsheid. Ik moet onmiddellijk denken aan Coplands 'Fanfare for the Common Man', dat met precies dezelfde volmaakte intervallen begint, ook gespeeld door unisono trompetten. Het effect is ook precies hetzelfde: kracht, breedte, optimisme, alles is mogelijk.'

'Strauss herhaalt de openingsfanfare drie keer, en elke keer wordt het intenser, tot het uiteindelijk openbreekt en uitkomt op een majestueuze cadens in C groot – de 'universele' toonsoort. Er zitten geen kruisen of mollen in – alleen de witte toetsen op de piano worden gebruikt – en dat heeft een enorme weerklank. Mensen voelen het C groot op een hele diepe manier aan.

'Het is dan ook volkomen duidelijk dat toen Stanley Kubrick deze muzikale opening koos voor '2001: A Space Odyssey' hij daarmee dezelfde emotionele respons aan de toeschouwers wilde ontlokken – het overdenken van de grootsheid en onbegrensdheid van het heelal. Hij wilde dezelfde vragen stellen die Nietzsche in 1885 had opgeroepen – over God, over de mensheid, en over ons bestaan temidden van de natuur.'

Hommage aan het genie

Het gedachtengoed van Nietzsche sprak Strauss kennelijk zeer aan, maar toch maakte de componist duidelijk dat het niet zijn bedoeling was geweest, Nietzsches manifest getrouw naar muziek te vertalen, en evenmin was het bedoeld als een eerbewijs aan Nietzsches ideologie. Strauss: 'Ik had nooit de bedoeling filosofische muziek te schrijven, en ik wilde ook niet Nietzsches grote werk in muziek portretteren. Wat ik wel probeerde, was het overbrengen, door de muziek, van een idee van de ontwikkeling van de menselijke soort, van zijn oorsprong, door de verschillende stadia van zijn religieuze en wetenschappelijke ontwikkeling, tot aan Nietzsches idee van de 'Übermensch'. Het hele symfonische gedicht is te zien als een hommage aan Nietzsches genie, met 'Also sprach Zarathustra' als het beste bewijs daarvan.'

De onbeantwoorde vraag

Na de 'Sonnenaufgang' (zonsopgang) volgen acht 'hoofdstukken': Von den Hinterweltlern ('Over de achtergeblevenen'), Von der großen Sehnsucht ('Over het grote verlangen'), Von den Freuden und Leidenschaften ('Over de vreugde en passies'), Das Grablied ('Lied van het graf'), Von der Wissenschaft ('Over de wetenschap'), Der Genesende ('De herstellende'), Das Tanzlied ('Het danslied') en Nachtwandlerlied ('Lied van de nachtelijke zwerver').

In het hele stuk staat de toonsoort B groot voor de 'mensheid'. Dit wordt afgezet tegen C groot, dat 'het universum' vertegenwoordigt. Het laatste deel eindigt met een niet-opgelost B groot akkoord, de beroemde 'onbeantwoorde vraag'. Strauss was echter allesbehalve een mysticus. In zijn 'Zarathustra' ligt de nadruk vooral op positivisme, en wilskracht. Het Danslied bevat zelfs vrolijke Weense wals-thema's, vervlochten met kleine zigeunermelodieën.

Marin Alsop: 'Nietzsche wilde dat wij, als menselijke wezens, ons waardensysteem kritisch zouden bekijken. Liever dan blind geloven in een monotheïstische god, of de vooruitgang van de wetenschap, zouden we zelf verantwoordelijkheid moeten nemen voor onze daden. Je kunt die filosofie natuurlijk onderschrijven, of niet, maar dat heeft niets te maken met het feit dat deze muziek, die zo nauwgezet door Strauss werd gecomponeerd, de kracht heeft om ons ten diepste te raken.'

Koen Kleijn